Navbar logo new
DWS: Effect Venezuela op grondstoffenprijzen loopt via inflatie en centraal-bankenbeleid
Calendar12 Jan 2026
Thema: Grondstoffen
Fondshuis: DWS

De arrestatie van de Venezolaanse president Nicolás Maduro dwingt beleggers opnieuw na te denken over de samenhang tussen geopolitiek, grondstoffenmarkten en inflatieverwachtingen. Dat stelt Johannes Müller, hoofd research bij DWS. “De machtswisseling in Caracas kan op termijn gevolgen hebben voor het aanbod van olie en metalen uit dit land met grote, maar jarenlang onderbenutte natuurlijke rijkdommen.”

Ondanks de grootste bewezen olievoorraden ter wereld loopt de Venezolaanse olieproductie al ruim vijfentwintig jaar terug. Ook de voorraden bauxiet, ijzererts, nikkel en goud zijn aanzienlijk, maar het is onduidelijk wat de omvang daarvan is. “Juist die mistigheid maakt de politieke ontwikkelingen in Venezuela interessant, omdat metalen steeds belangrijker worden binnen de energietransitie. Hierdoor staan de gebruikelijke verbanden tussen geopolitiek, inflatieverwachtingen en rente onder druk”, aldus Müller.

Ruwe olie amerikaanse inflatie

De grafiek van de week van DWS toont het mechanisme dat de afgelopen tijd opnieuw de aandacht van beleggers heeft getrokken. “De inflatievergoeding, afgeleid uit het verschil tussen de rente op geïndexeerde en niet-geïndexeerde staatsobligaties, geldt als maatstaf voor de inflatieverwachtingen op de obligatiemarkt. Die verwachtingen hangen sterk samen met de olieprijs, zo blijkt uit de grafiek. Het nauwe verband is onstabiel. Enerzijds werken olieprijzen direct door in de consumentenprijzen via energie- en transportkosten. Anderzijds geven olieprijzen een actueel beeld van de vraag vanuit huishoudens en bedrijven. Lagere olieprijzen wijzen vaak op bredere daling van de vraag, wat weer duidt op afkoelende groei en lagere rentes”, aldus Müller.

Volgens die redenering kan de verwachting van extra aanbod de olieprijs al temperen en daarmee de inflatievergoeding op tienjarige Amerikaanse staatsleningen verlagen. Zeker omdat nog steeds niet duidelijk is wie er verantwoordelijk wordt voor het herstel van de Venezolaanse energiesector, tegen welke kosten en binnen welk tijdsbestek. Veel hangt af van de mate waarin beleggers erop kunnen vertrouwen dat centrale banken de inflatie in toom houden. Centrale banken zullen dus vooral oog hebben voor de kerninflatie, waarin energie- en voedselprijzen buiten beschouwing worden gelaten.

Voor andere grondstoffen, en mogelijk ook voor olie in de toekomst, ligt dat anders. “In tegenstelling tot olie werken prijsstijgingen van metalen lang door in zowel de kerninflatie als de totale inflatie. Duurdere metalen verhogen de kosten van machines en elektronica en maken de kerninflatie hardnekkiger, terwijl schokken in de olieprijs vooral de totale inflatie raken”, aldus Müller.

“Het verleden toont aan hoe weerbarstig transities kunnen zijn. De overstap van walvisolie naar kerosine en later fossiele brandstoffen in de negentiende eeuw verliep chaotisch, ging gepaard met forse prijsschommelingen en nam decennia in beslag.” Müller wijst erop dat verstoringen in het aanbod van metalen zelden samenvallen en dat hun invloed op de inflatie minder voelbaar, maar wel langer duurt. Volgens hem doen beleggers er daarom goed aan bij geopolitieke ontwikkelingen verder te kijken dan alleen de olieprijs wanneer zij de gevolgen voor de inflatie op langere termijn aan het analyseren zijn