Sinds het begin van het jaar tekent zich een opvallende verschuiving af in de geografische en sectoriële prestaties op de wereldwijde aandelenmarkten. Tussen 2018 en begin 2025 was de Amerikaanse technologiesector, aangevoerd door de Magnificent Seven1, de belangrijkste motor van de wereldwijde beurzen. In 2025 kantelde dat. De sterkste prestaties kwamen van buiten de Verenigde Staten: Taiwanese en Koreaanse chipmakers, Europese industriëlen.
Die rotatie voltrok zich tegen een achtergrond van extreme indexconcentratie rond kunstmatige intelligentie. Wat betekent "wereldwijde spreiding" vandaag concreet voor een belegger die een marktkapitalisatiegewogen ETF op de MSCI World koopt? De Verenigde Staten vertegenwoordigen zo'n 70% van de index, tegenover 49% rond de eeuwwisseling. De tien grootste posities maken ongeveer 25% van het totaal uit, tegenover nauwelijks 10% tien jaar geleden. Informatietechnologie en aanverwante sectoren vormen meer dan een kwart van de index. Met andere woorden: een passieve belegger die "de wereld" koopt, neemt in feite een geconcentreerde positie in een handvol Amerikaanse technologiebedrijven. De waarderingen van die bedrijven berusten op een dubbele aanname: een vlekkeloze technische uitvoering én een duurzaam monopolie op de commercialisering van AI.
Bij TreeTop geloven we in de transformatieve kracht van AI. Wat ons zorgen baart is niet de technologie zelf, maar de enorme investeringen die nodig zijn om AI op schaal uit te rollen, en de waarderingsmultiples die de sector daarvoor meekrijgt. De tien grootste namen noteren tegen gemiddeld 38 keer de winst, tegenover 26 keer voor de index als geheel. Deze koersen laten vrijwel geen foutmarge. De kleinste tegenslag kan een scherpe correctie uitlokken.
De Midden-Oostencrisis zet die vlekkeloze uitvoering op de helling.
De Amerikaanse en Israëlische militaire acties tegen Iran brachten een specifiek risico aan de oppervlakte. Niet de vage geopolitieke ruis die beleggers doorgaans naast zich neerleggen. Iets structureels. AI en dit conflict zijn op twee manieren met elkaar verweven.
Energiekosten
Kunstmatige intelligentie verbruikt buitengewone hoeveelheden elektriciteit. Grote modellen trainen en draaien vergt een energie-infrastructuur die niet van de ene dag op de andere opgeschaald kan worden, en de Golfstaten bezetten een sleutelpositie in de wereldwijde energievoorziening. Als het conflict die voorziening op middellange of lange termijn zou verstoren, zelfs beperkt, dan zou de economische rekening voor het opschalen van AI zwaarder worden. Energiekosten zouden oplopen. De foutmarge zou verder krimpen. En het risico beperkt zich niet tot prijs: er is ook de politieke mogelijkheid van rantsoenering.
Financiering van de uitbouw
De infrastructuur om AI op schaal in te zetten vergt honderden miljarden dollars: datacenters, chipfabrieken, krachtige rekencapaciteit. Om deze investeringen te financieren, doen bedrijven in toenemende mate beroep op extern kapitaal.
De soevereine vermogensfondsen van Abu Dhabi beheren alleen al meer dan 2 biljoen dollar. Het Saoedische Public Investment Fund beheert nog eens 1 biljoen dollar. Dit zijn geen toeschouwers van de AI-boom. Het zijn ankerbeleggers.
Een geopolitieke verschuiving in de regio zou niet alleen de olieprijzen treffen. Ze zou ook de richting van kapitaalstromen kunnen beïnvloeden. En naarmate inflatie en geopolitieke onzekerheid de rentes opdrijven, stijgt ook de kostprijs van die externe financiering.
Conclusie: discipline in tijden van euforie
Hoeveel van de AI-bullmarkt berust op solide fundamenten, en hoeveel op euforie? Wellicht een beetje van beide. Maar het zou voorbarig zijn om ervan uit te gaan dat de risico's achter ons liggen.
Opgelopen waarderingen, historisch hoge indexconcentratie en geopolitieke verstoringen heffen elkaar niet op. Ze versterken elkaar. Voor onze cliënten bevestigt het wat wij verdedigen sinds de concentratie begon: spreiden voorbij wat de klassieke ETFs vandaag bieden, is geen gebrek aan overtuiging. Het is een kwestie van discipline.


