Vermogensbeheerder Vanguard verwacht dat de Europese Centrale Bank (ECB) de beleidsrente donderdag op 2 procent laat. De hogere energieprijzen zullen de totale inflatie op korte termijn doen stijgen maar het afnemende groeimomentum en de grote onzekerheid over de blijvende aard van de prijsdruk pleiten tegen een onmiddellijke beleidsreactie. De ECB zal naar verwachting voorzichtigheid en flexibiliteit benadrukken met een beleid dat strikt afhankelijk blijft van de binnenkomende data. Hoewel Vanguard ervan uitgaat dat de rente in 2026 onveranderd blijft, wordt de beleidsafweging steeds scherper.
Belangrijkste punten
- Energieprijzen lager, maar kwetsbaarheid blijft: Sinds half maart zijn de energiemarkten rustiger geworden. Olie- en gasprijzen zijn gedaald nu de spanningen in het Midden-Oosten zijn afgenomen. De prijzen liggen echter nog altijd duidelijk boven het niveau van vóór het conflict en de termijncurves zijn omhooggeschoven. Aanhoudende leveringsbeperkingen en hoge prijzen voor geraffineerde producten wijzen erop dat energie de inflatie voorlopig blijft opdrijven.
- Inflatierisico’s nemen weer toe: De inflatie liep in maart op tot 2,6 procent en zal in april naar verwachting verder stijgen. Vanguard rekent op een piek van ongeveer 3,1 procent, vooral door hogere energieprijzen. De kerninflatie zal op korte termijn waarschijnlijk slechts beperkt toenemen, al wijzen vroege indicatoren op oplopende prijsdruk. De component ‘outputprijzen’ van de voorlopige PMI voor april steeg scherp. Ook de inflatieverwachtingen van consumenten en de prijsintenties van bedrijven zijn toegenomen. Als gevolg van de energieschok heeft Vanguard zijn raming voor de totale inflatie in 2026 met 0,9 procentpunt verhoogd tot 2,5 procent. De kerninflatie komt in het gematigde scenario uit op 2,1 procent, een verhoging met 0,3 procentpunt. Dat scenario gaat uit van olieprijzen van gemiddeld 90 tot 100 dollar per vat en gasprijzen rond 60 euro per megawattuur gedurende één tot twee kwartalen. De risico’s voor de inflatieverwachtingen blijven per saldo opwaarts gericht.
- Economische activiteit verzwakt door hogere prijzen: Recente indicatoren wijzen op een verlies aan momentum in de economie van de eurozone. Vertrouwensindicatoren zijn in meerdere sectoren gedaald, zowel voor de huidige situatie als voor de verwachtingen. In hetzelfde gematigde scenario hebben wij onze groeiraming voor 2026 met 0,4 procentpunt verlaagd tot 0,8 procent. Ongeveer driekwart van die neerwaartse bijstelling hangt samen met hogere energieprijzen; de rest volgt uit krapper geworden financiële voorwaarden. Vooruitzichten Vanguard zitten tussen basisscenario ECB en negatievere scenario’s: Ten opzichte van de ECB-prognoses van maart is de groei zwakker en de inflatiedruk iets sterker. De schok blijft echter aanzienlijk kleiner dan tijdens de energiecrisis van 2022. Dit ‘tussenscenario’ versterkt het pleidooi voor geduld, terwijl beleidsopties nadrukkelijk openblijven.
- Beleid vraagt om geduld met verhoogde waakzaamheid: Uit recente uitlatingen van ECB-bestuurders blijkt weinig animo voor directe beleidswijzigingen. De Raad van Bestuur zal naar verwachting herhalen dat het huidige beleid passend is, maar tegelijk benadrukken dat opwaartse inflatierisico’s scherp worden gevolgd. De verklaring zal waarschijnlijk ook stellen dat de ECB de inkomende data nauwgezet analyseert, met bijzondere aandacht voor mogelijke tweede-ronde-effecten. Besluiten blijven per vergadering afhankelijk van de cijfers.
- Persconferentie bevestigt waarschijnlijk de koers: Voorzitter Christine Lagarde zal vermoedelijk een vergelijkbare toon aanslaan. Zij zal benadrukken dat de ECB een beperkte en tijdelijke energieschok kan opvangen, maar moet ingrijpen als de inflatie structureel dreigt te worden. De nadruk zal liggen op de datastroom in aanloop naar de ECB-vergadering in juni, wanneer nieuwe ramingen van de ECB-staf meer duidelijkheid moeten geven over de middellange termijn. Vanguard verwacht geen expliciete tips over beleidsstappen op korte termijn.
- Vanguard gaat er nog steeds van uit dat de depositorente van de ECB in 2026 op 2 procent blijft. Volgens Vanguard rechtvaardigt de huidige situatie een afwachtende houding, omdat inflatie en loonontwikkeling vóór de recente energieverstoring dicht bij de doelstelling lagen en de inflatieverwachtingen grotendeels verankerd zijn. Tegelijkertijd staat het beleid onder toenemende druk. De risico’s verschuiven richting verdere verkrapping, vooral als de energieprijzen hoog blijven of de aanwijzingen voor aanhoudende inflatie sterker worden.


