Kunstmatige intelligentie en stijgende olieprijzen zijn momenteel de twee dominante krachten achter de wereldeconomie. Waar AI de groei in de Verenigde Staten en delen van Azië versnelt, vormt de gestegen olieprijs een rem op economische activiteit en een bron van inflatie, vooral in Europa. Dat stellen economen Jumana Saleheen en Shaan Raithatha van vermogensbeheerder Vanguard in hun economische vooruitblik voor de tweede helft van 2026.
Volgens Vanguard groeit de kloof tussen economische regio's doordat zij in verschillende mate profiteren van de opkomst van AI en tegelijkertijd verschillend gevoelig zijn voor hogere energieprijzen. De Verenigde Staten bevinden zich daarbij in de sterkste positie.
AI stuwt Amerikaanse economie
In de VS zorgen investeringen in kunstmatige intelligentie volgens Vanguard voor een nieuwe groeigolf. Bedrijven investeren meer dan verwacht in AI-toepassingen en de technologie draagt al bij aan hogere bedrijfswinsten. Dat helpt de Amerikaanse economie veerkrachtig te blijven ondanks de aanhoudende inflatiedruk.
Vanguard verwacht dat de Amerikaanse economie in 2026 met 2,3% groeit. De arbeidsmarkt blijft stevig en de consument blijft uitgeven. Omdat de inflatie nog altijd boven de doelstelling ligt, voorzien de economen voorlopig geen renteverlagingen van de Federal Reserve.
Europa kwetsbaar voor olieprijs
Voor Europa is het beeld wat minder rooskleurig. De eurozone krijgt volgens Vanguard te maken met een combinatie van hogere energiekosten, zwakkere groei en blijvende onzekerheid in de wereldhandel.
De regio is sterk afhankelijk van ingevoerde energie en profiteert veel minder van de AI-boom dan de Verenigde Staten. Daardoor ontbreekt een belangrijke groeimotor die de gevolgen van de hogere olieprijzen kan compenseren.
Vanguard heeft de groeiverwachting voor de eurozone daarom verlaagd van 1,2% naar 0,8% voor 2026. Bedrijven worden geconfronteerd met hogere energierekeningen, duurdere grondstoffen en verstoringen in mondiale toeleveringsketens. Dat zet ook de prijzen verder onder druk.
De inflatie loopt volgens de economen tijdelijk op, waardoor de Europese Centrale Bank dit jaar nog twee renteverhogingen zou kunnen doorvoeren. Pas in 2027 zal er ruimte ontstaan voor renteverlagingen, verwachten zij.
Azië profiteert mee
Ook delen van Azië profiteren van de wereldwijde investeringsgolf. Vooral China ziet de export naar technologie- en AI-gerelateerde sectoren toenemen.
Vanguard verwacht dat de Chinese economie in 2026 met 4,7% groeit. Hoewel hogere energieprijzen leiden tot stijgende kosten voor producenten, worden deze volgens de economen nog niet volledig doorberekend aan consumenten. Daardoor blijft de inflatie relatief laag en hoeft de Chinese centrale bank vooralsnog niet in te grijpen met renteverlagingen.
Japan bevindt zich tussen beide werelden. De economie groeit naar verwachting met 0,8%, geholpen door AI-investeringen en energiesubsidies. Tegelijkertijd zal ook daar de inflatie weer oplopen doordat bedrijven hogere kosten steeds vaker doorberekenen aan consumenten.
Nieuwe economische scheidslijn
Waar de afgelopen jaren vooral werd gekeken naar verschillen in rentebeleid en inflatie, ziet Vanguard nu een nieuwe scheidslijn ontstaan tussen landen die profiteren van de AI-revolutie en landen die vooral worden geraakt door hogere energiekosten.
Voor beleggers betekent dit volgens de economen dat regionale verschillen steeds belangrijker worden. De Amerikaanse economie beschikt over een krachtige nieuwe groeimotor, terwijl Europa het lastig heeft met duurdere energie en een achterstand op het gebied van technologische investeringen.


