Driekwart van de respondenten vindt het belangrijk dat gepensioneerden hun pensioen aanvullen met inkomsten uit hun beleggingen
De beleggersbarometer is in juni duidelijk gestegen, van 94 punten in mei naar 102 punten in juni. Daarmee stijgt de barometer opnieuw boven zijn neutrale niveau, dat sinds januari niet meer werd bereikt. Beleggers zijn over het algemeen optimistischer over de Belgische economie en de beurs. Een ruime meerderheid van de Belgische beleggers vindt het bovendien belangrijk dat gepensioneerden over een aanvullend inkomen uit hun beleggingen beschikken. Bijna twee derde van de beleggers is tevreden over het vermogen dat ze hebben opgebouwd, en er bestaat een vrij sterk verband tussen die tevredenheid en de algemene tevredenheid over het leven.
Sinds het begin van de oorlog in het Midden-Oosten was de beleggersbarometer opnieuw onder zijn neutrale niveau gezakt, na een veelbelovende start van het jaar. In juni klom de barometer echter opnieuw boven die symbolische grens, van 94 in mei naar 102 in juni.
“De aankondiging, halverwege de maand, van een akkoord - dat intussen opnieuw ter discussie staat - tussen de Verenigde Staten en Iran werd positief onthaald door de financiële markten. Dat leidde tot een sterke daling van de energieprijzen, waardoor het risico op een recessie afnam, iets wat bijzonder schadelijk zou zijn voor beleggers”, benadrukt Philippe Ledent, Senior econoom bij ING.
Wat de vooruitzichten voor de Belgische economie betreft, bleef het aandeel beleggers dat verwacht dat de economie de komende drie maanden zal verbeteren vrijwel stabiel (22% in juni tegenover 21% in mei). Het aandeel pessimisten, dat een verslechtering van de economie verwacht, daalde daarentegen met 5 procentpunt, van 48% naar 43%.
Een iets gunstiger klimaat om risico’s te nemen
Ook het aandeel beleggers dat vindt dat dit geen goed moment is om in risicovolle sectoren te beleggen, daalde met 4 procentpunt (van 33% naar 29%), terwijl iets meer beleggers (30% in juni tegenover 28% in mei) vinden dat dit wel een goed moment is.
“Bij de interpretatie van de resultaten van juni moeten we twee zaken in gedachten houden. Enerzijds kwam het akkoord tussen Iran en de Verenigde Staten er pas midden juni. Anderzijds kreeg de technologiesector het zwaar te verduren op de beurzen, waardoor het beleggerssentiment gedurende de maand niet alleen werd beïnvloed door de geopolitieke en macro-economische context. Dat kan verklaren waarom de resultaten van mei en juni minder sterk van elkaar verschillen dan men had kunnen verwachten”, nuanceert Philippe Ledent.
Beleggen is belangrijk om inkomen te genereren
Uit onze enquête blijkt dat driekwart van de beleggers het ermee eens (45%) of helemaal eens (31%) is dat het voor gepensioneerden belangrijk is om over een aanvullend inkomen uit hun beleggingen te beschikken. Dat aandeel ligt rond 70% bij de leeftijdsgroepen tot en met 54 jaar en stijgt tot 88% bij personen tussen 55 en 69 jaar.
“Dit resultaat bevestigt dat heel wat recent gepensioneerden geconfronteerd worden met een lage vervangingsratio – de verhouding tussen hun wettelijk pensioeninkomen en hun inkomen vóór hun pensionering – en dus genoodzaakt zijn hun inkomen aan te vullen met het kapitaal dat zij eerder hebben opgebouwd”, benadrukt Philippe Ledent.
Bovendien geeft 71% van de beleggers aan dat het genereren van een aanvullend inkomen op zich een doelstelling van beleggen is. Ook hier springt de leeftijdsgroep van 55 tot 69 jaar eruit, met een hoger percentage van 81%.
Verder denkt 45% van de beleggers dat inkomsten uit beleggingen hun belangrijkste bron van inkomen zijn of zullen worden, terwijl 49% verwacht dat het altijd slechts om een aanvullend inkomen zal gaan. Opvallend is dat jongeren veel vaker rekenen op inkomsten uit beleggingen dan oudere leeftijdsgroepen. Bij de min-35-jarigen denkt 80% van de beleggers dat inkomsten uit beleggingen hun belangrijkste bron van inkomen zijn of zullen worden (43% meent zelfs dat dit nu al het geval is of binnen vijf jaar zo zal zijn). Bij de 65-plussers bedraagt dat aandeel slechts 10%.
Maakt geld dan toch gelukkig?
Tot slot blijkt dat 65% van de beleggers tevreden is over de omvang van hun vermogen dat zij hebben opgebouwd (het geheel van het spaargeld en de beleggingen van hun huishouden). Daarvan geeft 14% aan “zeer tevreden” te zijn en 51% “eerder tevreden”. Slechts 15% is ontevreden over het vermogen dat zij hebben opgebouwd. Voor de volledige groep beleggers zien we vergelijkbare resultaten wanneer wordt gevraagd naar hun tevredenheid over het leven in het algemeen. Zo geeft 48% aan “eerder tevreden” te zijn en zegt 16% zelfs “zeer tevreden” te zijn. Daartegenover staat dat 10% ontevreden is over het leven dat zij leiden.
“Hoewel we op basis van deze resultaten geen uitspraken kunnen doen over oorzaak en gevolg, lijkt er bij veel beleggers wel een samenhang te bestaan tussen tevredenheid over het opgebouwde vermogen en tevredenheid over het leven in het algemeen. Is dat echt verrassend?", besluit Philippe Ledent.


