Door Theodore Bunzel, hoofd van Lazard Geopolitical Advisory
![]() Theodore Bunzel |
1. De buffers die eerdere schokken opvingen, zijn uitgeput
Eerdere spanningshaarden tussen Washington en Teheran werden doorgaans vrij snel opgevangen: een overaanbod aan olie, aanzienlijke strategische reserves en een terugval in de Chinese vraag fungeerden als schokdempers. Na maanden van aanslepend conflict zijn die drie mechanismen grotendeels verdwenen. De strategische reserves bevinden zich op een historisch laag niveau, de commerciële voorraden liggen onder hun seizoensgemiddelden en het prijsverschil tussen ruwe olie en geraffineerde producten heeft recordhoogtes bereikt — een teken dat de raffinagecapaciteit zelf, en niet het aanbod van ruwe olie, de beperkende factor is geworden. Voor beleggers betekent dit dat een hernieuwde escalatie sneller en directer dan bij eerdere rondes doorwerkt in de energieprijzen — en van daaruit in de bredere economie.
2. Een inflatieverhaal, niet louter een geopolitiek verhaal
Dat is precies de reden waarom dit conflict de aandacht verdient van iedereen die vastrentende posities, inflatiegevoelige mandaten of pensioenverplichtingen beheert. De combinatie van krappe raffinagecapaciteit, aanhoudende druk op geraffineerde producten en de mogelijke verstoring van aanvullende exportroutes in de Golf verhoogt het risico op een hardnekkiger energiecomponent in de inflatie dan de markten momenteel inprijzen. Voor centrale banken die al op zoek zijn naar een stabiel beleid, is dat een complicerende factor. Voor beleggers is het een reden om het scenario van een “tijdelijke energieprijsstijging, die spoedig weer naar normaal terugkeert“ kritischer te bekijken dan bij eerdere episodes.
Dat pleit voor een obligatiebeheer dat niet vastzit aan een vaste looptijd of een vaste kredietallocatie. In een omgeving waarin de energiecomponent van de inflatie snel kan omslaan, heeft onbeperkt, actief beheerd krediet – met de vrijheid om de looptijd, sectorallocatie en kredietkwaliteit aan te passen en waar nodig het kredietrisico af te dekken – een duidelijk voordeel ten opzichte van strategieën die aan benchmarks gebonden zijn. Het gaat er niet om een richting te voorspellen, maar om de flexibiliteit te hebben om snel bij te sturen wanneer de energiecomponent van de inflatie voor verrassingen zorgt.
3. Geopolitiek risico wordt structureel, niet tactisch
Een derde, minder besproken element is de tijdshorizon. Zelfs in het meest waarschijnlijke scenario – een terugkeer naar een fragiel, „chaotisch“ staakt-het-vuren – zal het verkeer door de Straat van Hormuz waarschijnlijk nog jarenlang beperkt blijven. De Golfstaten investeren in alternatieve pijpleidingcapaciteit, maar die capaciteit zal op zijn vroegst pas in 2027 operationeel zijn.
Dat verandert de aard van dit risico: het is geen kortstondige piek die tactisch kan worden overbrugd, maar een structurele herwaardering van het geopolitieke risico op de energie- en grondstoffenmarkten. Een portefeuilleopbouw die geopolitieke blootstelling nog steeds beschouwt als een tijdelijke afwijking van de norm, loopt het risico een nieuwe, langdurigere realiteit over het hoofd te zien. Dit pleit ervoor om hedgingstrategieën en de blootstelling aan grondstoffen te herzien, waarbij niet langer wordt uitgegaan van een snelle terugkeer naar de status quo ante.
Op het niveau van de totale portefeuille vraagt dit om een allocatiebenadering die niet gebonden is aan een statische verdeling tussen aandelen en obligaties, maar die actief kan verschuiven naarmate het macro-economische en geopolitieke scenario zich ontwikkelt — een gediversifieerde, tactisch aanpasbare allocatie tussen internationale aandelen en obligaties, gebaseerd op een voortdurende analyse van de economische cyclus, sluit beter aan bij deze realiteit dan een vaste, jaarlijks herziende verdeling. Het uitgangspunt is niet te wachten tot een structurele verschuiving zich volledig heeft voltrokken, maar de portefeuille geleidelijk aan te passen naarmate het scenario zich ontvouwt.
4. Politiek risico als asymmetrische factor in de aanloop naar het najaar
Ten slotte is er een minder voor de hand liggende maar relevante dynamiek: de binnenlandse politiek van de VS. Nu de tussentijdse verkiezingen van november 2026 naderen en de publieke opinie duidelijk negatief staat tegenover verdere escalatie, heeft de Verenigde Staten zelf een sterke prikkel om een nieuwe energieschok te vermijden voordat de kiezers naar de stembus gaan. Dat creëert een asymmetrisch element in het risicoprofiel: de kans op een via onderhandelingen bereikte de-escalatie in de komende maanden is reëler dan de huidige conflictretoriek zou doen vermoeden, ook al blijft het risico op verdere escalatie — met inbegrip van mogelijke aanvallen op nucleaire of energie-infrastructuur — verre van verwaarloosbaar.
Tactisch versus structureel risico
De conclusie is niet dat posities in olie of energie drastisch moeten worden herzien op basis van dagelijkse krantenkoppen. Het is de moeite waard dat beleggers drie zaken opnieuw onder de loep nemen: de gevoeligheid van vastrentende en inflatiegerelateerde posities voor een meer aanhoudende energiecomponent, de mate waarin geopolitiek risico in grondstoffen- en energieallocaties nog steeds als tijdelijk wordt beschouwd, en de scenario’s waarin een asymmetrische, politiek gedreven de-escalatie net zo aannemelijk is als verdere escalatie. In een omgeving waarin traditionele schokdempers zijn uitgeput, is het onderscheid tussen tactisch en structureel risico belangrijker geworden dan ooit tevoren.



