Pensioenzekerheid staat wereldwijd onder druk door vergrijzing, overheidsschulden en inflatie, blijkt uit de Global Retirement Index 2026 van Natixis Investment Managers
- België stijgt één plaats naar plaats zestien, met een ongewijzigde totaalscore van 71%.
- Noorwegen blijft voor het tweede jaar op rij koploper in de Global Retirement Index, met een score van 83%, vóór Ierland (81%) en Nederland (79%).
- In de top tien stijgt Nederland van de zesde naar de derde plaats, terwijl IJsland zakt van de vierde naar de negende plaats.
- Frankrijk staat op plaats 29, met een score van 64%.
22 september 2026 – Wereldwijd staat de pensioenzekerheid onder toenemende druk door een snel vergrijzende bevolking, recordhoge overheidsschulden en aanhoudende inflatie, zo blijkt uit de Global Retirement Index (GRI) 2026 van Natixis Investment Managers.
De GRI is ontwikkeld in samenwerking met CoreData Research en biedt een wereldwijd overzicht van de factoren die bijdragen aan financiële zekerheid tijdens het pensioen. Naast financiële criteria evalueert de GRI de toegang tot zorg en de kosten, het klimaat, bestuur en het algemene welzijn van de bevolking. De GRI-ranglijst bestrijkt 44 landen en is gebaseerd op 18 indicatoren die zijn gegroepeerd in vier sub-indices: pensioenfinanciën, materieel welzijn, gezondheid en kwaliteit van leven.
België steeg één plaats naar plaats zestien, terwijl het zijn totale score van 71% behield. Verbeteringen in financiën tijdens het pensioen en een stabiele levenskwaliteit dreven de vooruitgang aan. Op vlak van gezondheid steeg België naar de 15de plaats, maar bij materieel welzijn zakte België naar de 18de plaats. Hier overschaduwde de zwakkere werkgelegenheid de stijging in inkomensgelijkheid.
Noorwegen voert de lijst opnieuw aan met een score van 83%, gevolgd door Ierland (81%) en Nederland (79%). Nederland noteert de grootste stijging in de top tien, en gaat van de zesde naar de derde plaats met een ongewijzigde totaalscore van 79% – hun beste ranking sinds de oprichting van de index.
Zwitserland staat vierde, Denemarken behoudt zijn vijfde plaats ondanks een daling van één procentpunt. IJsland zakte van de vierde naar de negende plaats, terwijl Finland de grootste terugval kende en daalde van plaats drieëntwintig naar vijfendertig.
Van de grotere economieën scoort Duitsland het best met een zevende plaats en een score van 75%. Het Verenigd Koninkrijk staat vijftiende (72%), voor de Verenigde Staten (24ste, 68%) en Japan (25ste, 67%).
Over de resultaten zegt Sébastien Sallée, Managing Director, Head of Sales België & Luxemburg bij Natixis Investment Managers: “De index van dit jaar benadrukt de dringende noodzaak om verouderde pensioensystemen te moderniseren en af te stemmen op een hogere levensverwachting en veranderende loopbaanpatronen. Hervormingen kunnen mensen stimuleren om niet alleen voor hun pensioen te sparen, maar ook te beleggen, en zo hun kans op financiële zekerheid te vergroten. Tegelijk moeten mensen zelf verantwoordelijkheid nemen door vroeg en regelmatig te sparen: elk jaar uitstel verhoogt de druk op de resterende opbouwperiode.”
Pensioensystemen staan wereldwijd onder druk
Volgens Natixis IM weerspiegelen de resultaten de toenemende druk op pensioensystemen. Vergrijzing, een hogere levensverwachting, oplopende overheidsschulden en inflatie maken het moeilijker om bestaande pensioenbeloften te financieren. Veel pensioensystemen steunen op aannames die teruggaan tot de twintigste eeuw. Maar intussen zijn carrièrepaden geëvolueerd, leven mensen langer en nemen ze steeds meer verantwoordelijkheid voor de financiering van hun pensioen.
Uit eerder onderzoek van Natixis Investment Managers onder individuele beleggers in 21 landen, blijkt dat 78%[1] van de respondenten verwacht steeds meer zelf verantwoordelijk te zijn voor de financiering van hun pensioen. Tien jaar eerder lag dat percentage nog op 67%[2].
Particulieren hebben lange tijd vertrouwd op een driepijlermodel bestaande uit een overheidspensioen, bedrijfspensioenen en individuele spaargelden. Dit model staat echter onder toenemende druk.
Door de vergrijzing ontvangen meer mensen een uitkering, terwijl een kleiner deel van de beroepsbevolking de publieke pensioensystemen financiert. Ook de stijgende levensverwachting, pensioenverplichtingen, overheidsschulden en inflatie zetten deze systemen onder druk en beperken het spaarvermogen van huishoudens.
Drie aandachtspunten voor beleidsmakers
Volgens Natixis IM richten veel landen zich op drie hefbomen om de pensioenopbouw te versterken: Betere toegang tot aanvullende pensioen- en spaarregelingen. Automatische deelname aan pensioenregelingen om deelname te verhogen. Grotere vermogensopbouw via publieke en private pensioenvoorzieningen. Deze maatregelen pakken direct de belangrijkste zorgen van beleggers aan. Wereldwijd maakt 40% van de beleggers zich zorgen dat ze onvoldoende inkomen zullen hebben tijdens hun pensioen, 38% vreest dat inflatie hun koopkracht aantast, 33% ziet een mogelijke verlaging van de uitkeringen, en 25% gelooft nooit genoeg te kunnen sparen om met pensioen te gaan.
De bezorgdheid is zo groot dat 43% van de ondervraagde beleggers denkt dat een financieel zeker pensioen "een wonder" vereist. Zelfs onder vermogende beleggers geldt dat voor een derde[3].
Overzicht van de GRI Global Results 2026
- Duitsland (7de): hoogst genoteerde grote economie, met een score van 75%. Vooral materieel welzijn (8ste) en levenskwaliteit (7de) ondersteunen die positie.
- Verenigd Koninkrijk (15de): daalt één plaats, vooral door een lagere gezondheidsscore. Een verbetering van het materieel welzijn compenseert die terugval gedeeltelijk.
- Polen (19de): stijgt negen plaatsen, vooral dankzij een verbetering van het materieel welzijn.
- Zweden (22ste): daalt vier plaatsen door aanhoudend zwakke prestaties op het vlak van materieel welzijn.
- Verenigde Staten (24ste): dalen drie plaatsen en zien hun score teruglopen van 70% naar 68%. Levenskwaliteit blijft de belangrijkste troef.
- Japan (25ste): stijgt één plaats met een score van 67%. Het land staat 7de voor gezondheid, mede dankzij de tweede plaats voor levensverwachting, maar slechts 41ste voor pensioenfinanciën.
- IJsland (9de): daalt vijf plaatsen en vier procentpunten tot 75%, vooral door een terugval in materieel welzijn.
- Tsjechië (10de): treedt toe tot de top tien met een score van 75%.
- Finland (35ste): kent de grootste terugval: twaalf plaatsen lager en een score die daalt van 66% naar 54%.


