Valentin Vigier, Head of ESG Research bij La Financière de l'Échiquier (LFDE), december 2025
Een grondstof wordt als kritiek beschouwd wanneer deze volgens de Europese Commissie [1] zowel een “groot economisch belang” als een “groot bevoorradingsrisico” heeft. Deze definitie is zeer relevant in de huidige geopolitieke context, waarin het concept van soevereiniteit centraal staat. Europa moet zijn toegang tot bepaalde grondstoffen versterken, wat aanzienlijke financiële, ecologische en sociale kosten met zich meebrengt. Het succes van Europa op weg naar autonomie zal afhangen van het evenwicht dat wordt bereikt tussen soevereiniteit en aandacht voor ecologische en sociale kwesties.
Europa onder druk
De vergelijking is niet eenvoudig. Terwijl de vraag naar grondstoffen wordt aangedreven door de enorme behoeften van AI, de energietransitie, elektrificatie en Europese herbewapening, is de grootste uitdaging voor Europa de bevoorrading van tientallen grondstoffen, zoals lithium, kobalt, koper en zeldzame aardmetalen, die onmisbaar zijn voor de productie van batterijen, zonnepanelen, datacenters en vele andere belangrijke componenten. De risico's van deze sterke afhankelijkheid worden nog versterkt door de handelsoorlog: China, dat 85% van de zeldzame aardmetalen in de wereld controleert, heeft onlangs laten zien dat het de levering ervan kan stopzetten om druk uit te oefenen in onderhandelingen. De Amerikaanse regering versnelt haar directe betrokkenheid in de sector van kritieke mineralen, een strategische verandering die bedoeld is om de nationale toeleveringsketens te beveiligen en de afhankelijkheid ervan te verminderen.
De Europese Unie, die in een spagaat zit, voert een wetgevend kader in om haar soevereiniteit te versterken en heeft in 2025 een lijst gepubliceerd van 47 strategische projecten op haar grondgebied die zullen profiteren van investeringen van meer dan € 22 miljard en versnelde procedures om bij te dragen aan haar ambities op het gebied van recycling, verwerking en winning [2] tegen 2030.
Evenwicht tussen soevereiniteit en beheersing van de impact
Het evenwicht tussen het streven naar soevereiniteit en het beheersen van de impact van projecten is delicaat, aangezien de mijnbouw zowel onmisbaar is voor de energietransitie als één van de sectoren is die het meest blootgesteld zijn aan milieu- en sociale risico's. De steun van de lokale bevolking voor de projecten is van cruciaal belang. Sommige bedrijven pakken deze even belangrijke als complexe uitdagingen aan.
Imerys, een Franse specialist in de verwerking van mineralen, heeft bijvoorbeeld het EMILI-project (Exploitation de Mica Lithinifère par Imerys) gelanceerd in het centrum van Frankrijk, in het departement Allier. Dit project omvat alle stappen van de verwerking van lithium, van de winning tot de bouw van een infrastructuur met een ondergrondse mijn, een concentratiefabriek en een spoorwegplatform. Dit is een langdurig proces, omdat er meerdere vergunningen nodig zijn en er overleg moet plaatsvinden over de gevolgen voor het milieu, het waterbeheer en de gezondheidsrisico's. Een ander voorbeeld is het JADAR-project van het Brits-Australische bedrijf Rio Tinto in Servië. Dit project, dat in 2021 van start ging, had tot doel één van de grootste lithiumvoorraden van Europa te exploiteren en tot 58.000 ton per jaar te produceren, voornamelijk voor de markt van batterijen voor elektrische voertuigen. Vanwege hevig lokaal verzet, als gevolg van bezorgdheid over de gevolgen voor het water, de landbouwgrond en de biodiversiteit, heeft de Servische regering het project in 2022 opgeschort en de exploitatievergunningen van Rio Tinto ingetrokken. Dit bewijst dat aanvaardbaarheid essentieel is, ondanks de groeiende vraag naar lithium en het strategische belang van de locatie. Hoewel de besprekingen in 2024 waren hervat, heeft de groep onlangs aangekondigd dat het project voor onbepaalde tijd wordt opgeschort.
Het Belgische chemiebedrijf Solvay heeft onlangs aangekondigd dat het zijn productiecapaciteit voor zeldzame aardmetalen in het zuidwesten van Frankrijk, in La Rochelle, gaat uitbreiden om tegen 2030 in 30% van de Europese behoefte aan permanente magneten te voorzien. Naast milieuoverwegingen is ook het economische aspect cruciaal op deze schaal en het management heeft al gewaarschuwd dat deze ambities alleen kunnen worden gerealiseerd als regeringen en klanten bereid zijn om hogere kosten te accepteren dan die van concurrenten, met name Chinese, met andere woorden een premie te betalen om de soevereiniteit te garanderen.
Dit zijn allemaal uitdagingen voor de toekomst van Europa en voor verantwoordelijke beleggers, die bedrijven moeten identificeren die in staat zijn om de huidige uitdagingen aan te gaan en tegelijkertijd een robuuste MVO-strategie te voeren.
[1] Critical Raw Materials Act (CRMA), 2024
[2] Vertegenwoordigen respectievelijk 25%, 40% en 10% van de interne vraag


