De afgelopen tien jaar bleven Amerikaanse small caps duidelijk achter bij hun grotere tegenhangers. Volgens Michael Sesser, Senior Equity Portfolio Manager bij DWS, ligt de oorzaak niet zozeer in de structurele zwakte van kleinere bedrijven, maar bij de uitzonderlijke omstandigheden rondom large caps.
Bij de beoordeling van beursgenoteerde aandelen keert één vraag steeds terug: does size matter? De geschiedenis suggereert van wel. “Kleinere ondernemingen hebben vaak meer groeipotentieel, maar beschikken meestal over minder financiële veerkracht dan grote bedrijven. Daardoor zijn ze gemiddeld kwetsbaarder voor schokken, zoals hogere rentes. Dat is ook de reden waarom beleggers een risicopremie eisen: de bekende ‘size premium’,” zegt Sesser.
Vanaf de jaren negentig tot ver in de jaren 2010 presteerden small caps beter dan large caps. In het afgelopen decennium is dat beeld echter gekanteld. Small caps bleven achter bij hun grotere tegenhangers, zo blijkt uit de Chart of the Week van DWS.
“Uiteraard speelt AI een cruciale rol,” stelt Sesser. “Technologieaandelen hebben het leeuwendeel van de beurswinsten voor hun rekening genomen. In de S&P 600 maakt technologie voor ongeveer 14% deel uit van de index, tegenover 34% in de S&P 500. Small caps zijn grotendeels buiten de AI-rally gebleven waar large caps van profiteerden.” Ter illustratie: de zogeheten Magnificent 7 realiseerden de afgelopen tien jaar een gemiddeld rendement van zo’n 38% per jaar, tegenover ongeveer 9% voor small caps. “Dat verschil zegt vooral iets over de uitzonderlijke groei van grote technologiebedrijven, niet zozeer over een structurele zwakte bij small caps.”
Sterke M&A-activiteit en de aantrekkingskracht van private financiering hebben de instroom van innovatieve bedrijven naar beursgenoteerde smallcap-indices deels afgeremd,” aldus Sesser. “Het traditionele dynamische karakter van small caps is daardoor vervaagd, terwijl de IPO-route minder aantrekkelijk is geworden. Grote bedrijven kopen veelbelovende ondernemingen vaak al op voordat ze naar de beurs gaan.”
Toch ziet Sesser tekenen van herstel. “Small caps noteren momenteel tegen een koers-winstverhouding die zo’n twintig procent lager ligt dan die van large caps; een historisch zeldzame korting. De laatste keer dat we zo’n waarderingskloof zagen was deze eeuw. Daarop volgde een periode van zeer sterke relatieve prestaties.”
Ook de rentegevoeligheid speelt een rol, zegt Sesser. “Small caps zijn doorgaans sterker afhankelijk van schuldfinanciering dan van de aandelenmarkt, waardoor dalende financieringskosten direct voordeel opleveren. Als de Amerikaanse rente in de komende twaalf maanden verder daalt, levert dat voor small caps een belangrijk voordeel op.”
Tot slot wijst Sesser op historische patronen: “Na een forse underperformance van de Russell 2000 ten opzichte van de S&P 600, zoals recent het geval was, herstellen bedrijven die tegen een stootje kunnen vaak aanzienlijk en zijn ze aantrekkelijk geprijsd. Reden waarom de focus bij Amerikaanse small caps opnieuw verschuift naar winstgevendheid, balansen en kasstromen.”


