-Herstel in dealactiviteit stuwt buy-outs en exits naar op één na hoogste niveau ooit; verder herstel in zicht
- Sector bereikt kantelpunt nu concurrentie om kapitaal toeneemt en investeerders hogere eisen stellen
- Liquiditeitspositie blijft onder druk staan: kapitaalteruggave aan investeerders al vier jaar onder de 15%
- Bain introduceert nieuwe vuistregel voor EBITDA-groei private equity investeringen: ‘12 is de nieuwe 5’
Amsterdam, 23 februari 2026 – De wereldwijde private-equitymarkt zit weer in de lift. Na drie relatief zwakke jaren trokken zowel buy-outdeals als exits in 2025 sterk aan en werd het op één na hoogste niveau ooit bereikt. Dat blijkt uit het vandaag gepubliceerde Global Private Equity Report 2026 van Bain & Company.
De opleving markeert een omslagpunt voor de sector en vormt de basis voor verder herstel in 2026 en daarna. Tegelijkertijd waarschuwt Bain dat de volwassen geworden private-equitysector een kritieke fase ingaat, waarin de concurrentie om kapitaal toeneemt en investeerders nadrukkelijker hoge en consistente prestaties eisen.
In 2025 steeg de wereldwijde waarde van buy-outdeals (exclusief add-ons) met 44% tot 904 miljard dollar. Ook de exitwaarde nam sterk toe: wereldwijd groeide deze met 47% tot 717 miljard dollar. Daarmee kwamen beide indicatoren uit op het op één na hoogste niveau ooit. De opleving werd aangejaagd door dalende rente, hernieuwd vertrouwen in de kredietmarkten en een omvangrijke ‘dry powder’-positie van circa 1.300 miljard dollar aan beschikbaar kapitaal bij buy-outfondsen. Daarnaast zorgden enkele uitzonderlijk grote transacties voor een stevige impuls, waaronder de overname van Electronic Arts ter waarde van 56,6 miljard dollar.
Herstel sterk geconcentreerd
Onder de oppervlakte blijkt het herstel ongelijk verdeeld. Slechts 13 megadeals van meer dan 10 miljard dollar waren goed voor 30% van de totale wereldwijde dealwaarde, waarvan het merendeel in de Verenigde Staten plaatsvond. Het totale aantal buy-outtransacties daalde zelfs met 6% tot 3.018 deals.
Tegelijkertijd blijft de liquiditeitspositie van de sector onder druk staan. Uitkeringen aan investeerders als percentage van de nettovermogenswaarde bleven voor het vierde jaar op rij onder de 15%, een historisch laag niveau. Private-equityfondsen houden gezamenlijk circa 32.000 onverkochte bedrijven aan, met een geschatte waarde van 3.800 miljard dollar. De gemiddelde houdperiode bij exits is opgelopen tot ongeveer zeven jaar, tegen vijf tot zes jaar in het decennium vóór 2021.
De beperkte kapitaalteruggave vertaalt zich in moeizamere fondsenwerving. In 2025 daalde het wereldwijd opgehaalde kapitaal voor buy-outfondsen met 16% tot 395 miljard dollar. Het aantal gesloten fondsen nam voor het vierde jaar op rij af.
‘12 is de nieuwe 5’
Volgens Bain is het speelveld fundamenteel veranderd. Waar private equity in het afgelopen decennium profiteerde van historisch lage rente, stijgende waarderingen en ruime beschikbaarheid van kapitaal, is het huidige uitgangspunt er een van hogere financieringskosten, hardnekkig hoge multiples, tragere exits en kritische investeerders.
“Het goede nieuws is dat 2026 zich veelbelovend aandient. De rente beweegt voorzichtig omlaag en dealpijplijnen zijn goed gevuld. Mits grote onverwachte schokken uitblijven, zijn de omstandigheden voor deals en exits gunstiger dan in de afgelopen jaren,” zegt Jeroen Zijp, partner bij Bain & Company Amsterdam. “Onder die positieve cijfers schuilt echter een minder gelijkmatig beeld. De sector moet structureel beter worden in waardecreatie.”
Bain vat die nieuwe realiteit samen in de vuistregel ‘12 is de nieuwe 5’. In het afgelopen decennium volstond bij een gemiddelde investering een jaarlijkse EBITDA-groei van circa 5% om over een houdperiode van vijf jaar een vermogensvermenigvuldiging van 2,5 keer te realiseren. In de huidige omgeving, met financieringskosten van 8% tot 9%, lagere leverage en beperkte multiple-expansie, is daar eerder 10% tot 12% jaarlijkse EBITDA-groei voor nodig.
“Rendement realiseren vraagt nu om aanzienlijk meer operationele verbetering en structurele omzetgroei,” aldus Zijp. “Deals die voorheen met bescheiden winstgroei competitieve resultaten opleverden, vereisen nu duurzame dubbelecijferige groei. In deze nieuwe cyclus winnen partijen voor wie het genereren van alpha geen ambitie is, maar een systematische aanpak.”
Dat betekent volgens Bain dat fondsen hun strategie duidelijker moeten definiëren en onderbouwen, met aantoonbaar onderscheidend vermogen – via schaal, sectorspecialisatie of superieure executie – en een professionele benadering van investeerdersrelaties.
Voorzichtig optimisme
Vooruitkijkend is Bain gematigd positief. De heropening van de IPO-markt, het herstel in wereldwijde M&A-activiteit en de toenemende inzet van secundaire transacties en continuation vehicles bieden extra exitmogelijkheden. Tegelijkertijd blijft de structurele liquiditeitsuitdaging een rem op de dynamiek in de sector. De opleving van 2025 markeert daarmee niet alleen een hersteljaar, maar vooral het begin van een nieuw tijdperk voor private equity – waarin waardecreatie zwaarder weegt dan financiële hefboomwerking en onderscheidend vermogen bepalend wordt voor succes.


