Een verstoring van de olietoevoer via de Straat van Hormuz kan de wereldeconomie in een nieuwe stagflatieschok duwen, met hogere inflatie en lagere groei. Dat stelt Mark Dowding, Chief Investment Officer bij RBC BlueBay Asset Management. “Vanuit marktperspectief draait het uiteindelijk allemaal om de knelpunten in de Straat van Hormuz. Zolang olie kan blijven stromen, kan de economische schade relatief beperkt blijven.”
Het belang van de zeestraat voor de wereldeconomie is moeilijk te overschatten. Dagelijks passeert er ongeveer 20 miljoen vaten olie, goed voor ongeveer 20% van de mondiale consumptie. Daarnaast verloopt via dezelfde route ook het transport van ongeveer 20% van de wereldwijde LNG-export, een kwart van de kunstmestexport en meer dan een derde van de wereldwijde ureumhandel.
Wordt de doorgang substantieel verstoord, dan kan dat volgens Dowding snel bredere economische gevolgen hebben. “Een tijdelijke sluiting van de Straat van Hormuz zou een wereldwijde stagflatieschok betekenen.” Vertragingen in de levering van kunstmest kunnen later dit jaar bijvoorbeeld leiden tot lagere landbouwopbrengsten en hogere voedselprijzen.
Volgens een eerste inschatting zou zo’n schok de inflatie tijdelijk met ongeveer één procentpunt kunnen verhogen, terwijl de economische groei tegelijkertijd met circa een half procentpunt kan worden gedrukt. Toch verwacht Dowding niet dat centrale banken daar automatisch met hogere rentes op zullen reageren. “Wij denken dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de Federal Reserve de rente zal verhogen als gevolg van deze ontwikkelingen.”
Als de spanningen de komende maanden afnemen en olieprijzen weer dalen, blijven renteverlagingen later in 2026 volgens hem zelfs mogelijk, omdat beleidsmakers door tijdelijke inflatie-effecten heen kunnen kijken. Een vergelijkbare dynamiek geldt voor de Bank of England, die al met een verzwakkende economie en een versoepelingsbias deze periode is ingegaan.


