Navbar logo new
Capital Group over AI als grootste investeringsgolf ooit: twee vragen bepalen de ROI
Calendar30 Apr 2026
Thema: Beleggen
Fondshuis: Capital Group

Kunstmatige intelligentie (AI) is in tien jaar uitgegroeid tot een investeringsgolf van historische schaal. De sector lijkt richting een kantelpunt te bewegen, maar energie, regulering en monetair beleid kunnen de groei afremmen, aldus investment specialist John Lamb van vermogensbeheerder Capital Group.

In het afgelopen decennium zijn de uitgaven aan AI uitgegroeid tot een van de grootste investeringsgolven van de moderne economische geschiedenis. Alleen al dit jaar wordt verwacht dat Amazon, Google, Meta en Microsoft samen meer dan 500 miljard dollar investeren in AI, ongeveer 60 procent meer dan in 2025.

Deze uitgaven overtreffen de grootste wetenschappelijke en infrastructuurprojecten uit het verleden: het Manhattanproject om de atoombom te ontwikkelen, zou in huidige dollars ongeveer 30 miljard hebben gekost.

Die enorme schaal roept de vraag op of daar voldoende rendement op investering (ROI) tegenover staat:

- Is de totale adresseerbare markt (TAM) voor AI groot genoeg?
- Hoe snel kan die markt worden ontsloten?

Afzetmarkt is groot genoeg

Het antwoord op de eerste vraag is ’ja’. Er circuleren uiteenlopende ramingen van de TAM van AI, maar een eenvoudige benadering biedt houvast. Het wereldwijde bruto binnenlands product wordt geraamd op ruim 110.000 miljard dollar. Ongeveer 40 procent daarvan komt voor rekening van kenniswerk, wat neerkomt op een potentiële markt van 40.000 tot 50.000 miljard dollar. Zelfs als een beperkt deel van die markt aangeboord kan worden, rechtvaardigt dat de huidige investeringen. Bovendien leert de geschiedenis dat zulke technologieplatforms onvoorzienbare nevenmarkten kunnen voortbrengen. Bij de introductie van de iPhone in 2007 was het moeilijk te voorzien dat dit zou leiden tot diensten als Uber of Instagram.

Tijdsfactor is een belangrijkere vraag

De tweede vraag is lastiger te beantwoorden, maar economisch relevanter. Alleen als de AI-toepassingen binnen enkele jaren substantieel geld opbrengen, zijn de huidige investeringen te rechtvaardigen. Blijft die opbrengst langer uit, dan dreigt overinvestering, met gevolgen voor zowel de technologiesector als de bredere economie. AI-investeringen vormden de afgelopen jaren een belangrijke groeimotor voor de economie. In de eerste helft van 2025 waren ze goed voor meer dan 90 procent van de Amerikaanse bbp-groei.

Dat spanningsveld is bijvoorbeeld zichtbaar bij Nvidia, momenteel het beursgenoteerde bedrijf met de hoogste marktkapitalisatie en een centrale speler in de AI-keten. Het aandeel noteert ongeveer 40 keer de verwachte winst van 2025, wat hoog oogt. Kijkt men echter naar 2027, dan daalt die multiple tot circa 16 keer de verwachte winst. Dat veronderstelt wel een stevige winstgroei, naar bijna 2,5 keer het niveau van 2025.

Naar een kantelpunt?

In iets meer dan drie jaar is generatieve AI geëvolueerd van een geavanceerde tekstchatbot naar systemen die complexe, specialistische taken uitvoeren. AI-modellen tonen inmiddels vaardigheid in onder meer softwareontwikkeling, financiële analyse en onderzoek.

Die snelle vooruitgang, vooral in praktische toepassingen, voedt het idee dat de sector een kantelpunt in adoptie en inkomsten nadert. Bij sommige AI-bedrijven vertaalt dat zich al in zeer snelle omzetgroei. Zo is de omzet van Anthropic gestegen van 1 miljard dollar in januari 2025 naar 9 miljard dollar in december 2025.

Belemmeringen blijven

Tegenover dat optimisme staan reële knelpunten. Een daarvan is de beschikbaarheid van energie. Die lijkt inmiddels bepalender voor de uitbreiding van datacenters dan de beschikbaarheid van chips. Tekorten aan elektriciteit vergroten het risico dat AI-infrastructuur onderbenut blijft, wat het rendement drukt.

Volgens S&P Global Energy hebben de Verenigde Staten tegen 2028 44 gigawatt extra capaciteit nodig voor nieuwe datacenters, terwijl de geplande netuitbreiding slechts circa 25 gigawatt oplevert. Daarnaast speelt politieke weerstand. In verschillende landen klinkt de roep om regulering om de impact van AI op de arbeidsmarkt af te remmen.

Tot slot wijst de geschiedenis van eerdere technologiecycli op het belang van monetaire en financiële omstandigheden. De snelle opkomst van AI viel samen met ruime liquiditeit en soepele kredietvoorwaarden. Een verkrapping van het monetaire beleid, bijvoorbeeld door externe schokken, kan de bereidheid om te investeren snel temperen en daarmee de vraag naar AI-toepassingen afremmen.