Een nieuwe stijging van olie- en gasprijzen door de verstoringen in de Golfregio zet opkomende economieën opnieuw onder druk. Volgens BNP Paribas remt de schok de groei en neemt de inflatiedruk toe, vooral in landen die sterk afhankelijk zijn van energie-import. Ook in Centraal-Europa lopen de spanningen op: rentes stegen daar met circa 55 tot 70 basispunten, terwijl landen als Turkije zelfs een stijging van 135 basispunten zagen.
De impact is vooral zichtbaar in de energiebalansen. In Centraal-Europese economieën ligt het energietekort tussen circa 1,5% en 3,6% van het bbp. Bij een olieprijs rond de 100 dollar per vat zou de energierekening met nog eens 0,5 tot 1 procentpunt van het bbp kunnen toenemen. Tegelijkertijd neemt de inflatiedruk toe: energie weegt in veel opkomende economieën voor 7% tot 13% mee in de consumentenprijzen, waardoor prijsstijgingen relatief snel doorwerken.
De uitgangspositie is minder kwetsbaar dan in 2022. Destijds viel de groei in emerging markets terug naar 4,3%, terwijl eerder nog 7% werd gerealiseerd. Nu zijn er verzachtende factoren: landbouwprijzen blijven vooralsnog stabiel, het is onwaarschijnlijk dat de Fed haar monetair beleid zal verkrappen en financiële markten reageren vooralsnog beperkt, met risicopremies (gemeten in CDS-spreads) die meestal minder dan 15 basispunten oplopen. Daarmee lijkt een brede crisisgolf uit te blijven.


