De snelle opmars van generatieve AI heeft de twijfel over softwarebedrijven, dataleveranciers en hun digitale verdienmodellen aangewakkerd. Tegelijk wint het idee van zogeheten ‘vibe-coding’ terrein: het gebruik van taalmodellen als ChatGPT, Claude of Gemini om software vanaf nul te bouwen en zo traditionele softwarediensten deels te vervangen. Zak Smerczak, analist en portefeuillebeheerder aandelen bij Comgest, ziet niet het einde van software naderen, maar eerder een nieuwe fase waarin de verschillen tussen sterke en zwakke spelers scherper zichtbaar worden. Volgens de asset manager overschatten beleggers mogelijk het tempo van verandering, terwijl zij de werkelijke impact van AI op langere termijn juist onderschatten.
Verdedigingswallen worden belangrijker
Volgens Comgest draait het in dit nieuwe tijdperk niet alleen om toegang tot technologie, maar vooral om de vraag welke bedrijven hun relevantie behouden. In delen van de digitale economie lijken toetredingsdrempels laag, zoals bij programmeersoftware. Maar op langere termijn zijn het schaal, winstgevendheid, netwerkeffecten, datagovernance, merkvertrouwen en het vermogen om regelgeving te doorstaan die bepalen wie overeind blijft.
Kwetsbaar zijn vooral software- en platformbedrijven zonder stevige verdedigingswal. Dat geldt des te meer voor ondernemingen die wel over AI praten, maar de technologie onvoldoende weten om te zetten in meerwaarde voor klanten of in hogere productiviteit voor zichzelf. Ook bedrijven die vasthouden aan verouderde prijsmodellen of moeite hebben talent vast te houden, lopen het risico terrein te verliezen.
Daarom zoekt Comgest in portefeuilles vooral naar gevestigde software- en databedrijven met eigen data, ingebedde workflows en geïntegreerde producten die hoge overstapkosten creëren. Zulke bedrijven zijn volgens de asset manager beter in staat AI te benutten zonder dat hun verdienmodel structureel wordt uitgehold.
De waarde van betrouwbare data stijgt
De opmars van generatieve AI vergroot tegelijkertijd de waarde van betrouwbare data. Veel bekende zwaktes van large language models, zoals hallucinaties en feitelijke fouten, hangen samen met zwak bronmateriaal en data die slechts gebrekkig is gecontroleerd. In juridische, medische en financiële omgevingen kunnen zulke fouten grote gevolgen hebben. Juist daardoor ontstaat volgens Comgest extra waarde voor bedrijven met diepe, eigen databronnen.
RELX geldt daarbij als voorbeeld. Dochter LexisNexis beschikt over een van de grootste juridische databanken ter wereld, met meer dan 138 miljard documenten, aangevuld met auteursrechtelijk beschermd redactioneel materiaal zoals samenvattingen, citaties en annotaties. Dat maakt het bedrijf minder eenvoudig vervangbaar door generieke AI-modellen. Ook Verisk, met omvangrijke historische verzekerings- en claimgegevens, en kredietbureau Experian profiteren volgens Comgest van zo’n structureel voordeel. Zulke databanken zijn moeilijk na te bouwen en vormen stevige toetredingsdrempels voor nieuwe AI-concurrenten.
De conclusie is dat binnen software niet alleen technologie telt, maar vooral de combinatie van hoogwaardige data en verankering in werkprocessen. Juist die mix biedt volgens Comgest de beste bescherming tegen ontwrichting én de grootste kans op duurzame groei.
Hoge overstapkosten beschermen businessmodellen
Die verankering is ook zichtbaar bij ERP-software, die voor veel bedrijven de ruggengraat vormt van HR, salarisadministratie, logistiek en rapportage. Een overstap naar een nieuw systeem is meestal kostbaar, tijdrovend en operationeel risicovol. Daarom verwacht Comgest niet dat zulke systemen op korte termijn eenvoudig door AI worden verdrongen.
Het Japanse OBIC illustreert dat. De ERP-aanbieder voor het mkb wist in de recentste jaarcijfers de omzet met 8,6% te laten groeien, terwijl de operationele winst voor het 31e jaar op rij steeg. Ook het klantenbestand groeide, van 24.000 vier jaar geleden naar 28.000 in het derde kwartaal van 2024. Met een marktaandeel van 11,8% blijft OBIC de grootste binnenlandse ERP-speler in Japan en lijkt het bedrijf goed gepositioneerd om te profiteren van verdere digitalisering en cloudmigratie.
Geen thema, maar selectie
Comgest benadert AI daarom niet als een apart beleggingsthema, maar blijft bedrijven aandeel voor aandeel beoordelen op kwaliteit en groeikracht. De kernvraag is steeds of een onderneming dankzij duurzame concurrentievoordelen winstgroei met dubbele cijfers kan vasthouden. Sterke balansen, blijvende investeringen in innovatie en consistente uitvoering wegen daarbij zwaarder dan technologische modewoorden.
Volgens de asset manager is dat geen nieuwe les. Eerdere technologische omslagen, van fysieke media naar digitale platforms als Spotify en Netflix, hebben al vaker laten zien dat gevestigde spelers kunnen verdwijnen als hun fundamenten onvoldoende sterk zijn. De opkomst van AI verandert dat mechanisme niet. Zij maakt vooral scherper zichtbaar welke bedrijven echt een verdedigbare marktpositie hebben, en welke niet.


