Navbar logo new
Markt vreest tijdelijk hogere inflatie, maar rekent nog niet op ontsporing
Calendar23 Apr 2026
Thema: Macro
Fondshuis: DPAM

Stijgende energieprijzen en nieuwe spanningen in het Midden-Oosten hebben de zorgen over inflatie weer aangewakkerd. Toch is de boodschap van de obligatiemarkt minder alarmerend dan op het eerste gezicht lijkt. Volgens Sam Vereecke, CIO Fixed Income bij DPAM, prijzen beleggers vooral meer inflatierisico in op korte termijn, maar zien zij vooralsnog geen overtuigend teken dat de inflatie ook op langere termijn structureel hoger zal blijven. Juist dat onderscheid is voor centrale banken en obligatiebeleggers van groot belang.

Inflatiecijfers lopen altijd achter

Officiële inflatiecijfers vertellen vooral wat er al is gebeurd. Tegen de tijd dat de consumentenprijsindex laat zien dat de inflatie stijgt of daalt, hebben financiële markten daar vaak al weken of maanden op vooruitgelopen. Daarom kijken obligatiebeleggers niet alleen naar gepubliceerde cijfers, maar ook naar marktprijzen die laten zien wat beleggers verwachten voor de komende jaren.

Die verwachtingen zijn onder meer af te lezen uit inflatiegerelateerde obligaties en uit inflatieswaps. Daarmee proberen beleggers in te schatten hoe hoog de inflatie gemiddeld zal uitvallen over een bepaalde periode. Zulke marktindicatoren zijn niet perfect, maar geven wel een beter beeld van de richting waarin de inflatie zich volgens beleggers beweegt.

De korte termijn baart meer zorgen

De recente beweging op de markt past in dat beeld. Vooral de inflatieverwachtingen voor de korte termijn zijn opgelopen. De eenjaars- en tweejaarsinflatieswaps staan duidelijk hoger. Dat wijst erop dat beleggers rekening houden met een stijging van de inflatie, vooral via hogere energieprijzen en andere geopolitiek gevoelige kostenposten.

Dat is op zichzelf niet vreemd. De markt reageert doorgaans het eerst aan de korte kant van de curve als er nieuwe onzekerheid ontstaat. Het conflict in het Midden-Oosten beïnvloedt de prijs van olie en gas, en dat werkt vrijwel direct door in inflatieverwachtingen voor de komende kwartalen.

De lange termijn blijft betrekkelijk rustig

Belangrijker is wat er níet is gebeurd. De inflatieverwachtingen voor langere looptijden zijn wel iets opgelopen, maar veel minder sterk. Dat geldt ook voor de zogeheten 5y5y forward inflation swap, een belangrijke maatstaf voor waar de markt de inflatie verwacht in de periode van zes tot tien jaar vooruit. Juist die indicator wordt scherp gevolgd, omdat hij minder gevoelig is voor tijdelijke schokken in energieprijzen of basiseffecten.

De conclusie is daarom dat de markt op dit moment vooral een tijdelijke inflatieschok inprijst, en nog niet een nieuw tijdperk van hardnekkig hoge inflatie. Beleggers lijken er nog steeds van uit te gaan dat de inflatie op langere termijn terug kan bewegen richting het streefniveau van centrale banken.

Daar zit ook de beleidsvraag

Voor centrale banken zou dat onderscheid cruciaal moeten zijn. Een tijdelijke stijging van de energieprijzen vraagt niet automatisch om een harde beleidsreactie. De echte zorg ontstaat pas wanneer hogere energie- of grondstofprijzen gaan doorwerken in lonen, diensteninflatie en het bredere prijsgedrag van bedrijven. Dan ontstaat het risico van zogenoemde tweede-ronde-effecten, waardoor de inflatie langer hoog blijft, ook als de oorspronkelijke schok alweer is weggeëbd. De markt rekent er deels ook op dat de centrale banken indien nodig zullen ingrijpen om eventuele tweede-ronde-effecten te vermijden of te beperken. Dit is de reden waarom er momenteel renteverhogingen worden ingeprijsd.

Tegelijkertijd kunnen zulke prijsschokken de economische groei juist onder druk zetten, doordat huishoudens koopkracht verliezen en bedrijven met hogere kosten worden geconfronteerd. Centrale banken moeten dus balanceren: alert zijn op tekenen dat de inflatie zich vastzet, zonder de economie onnodig verder af te remmen.

Voorlopig vooral reden voor waakzaamheid

De markt signaleert wel degelijk meer inflatiedruk, maar ziet die vooralsnog als een probleem voor de korte termijn. Zolang de langetermijnverwachtingen redelijk verankerd blijven, is de boodschap eerder dat centrale banken waakzaam moeten zijn dan dat zij meteen agressief moeten ingrijpen. Anders gezegd, de markt gelooft nog niet dat de inflatie blijvend uit de hand loopt.