Navbar logo new
Snelle opkomst AI-agents biedt software-infrastructuur juist kansen
Calendar23 Jun 2026
Thema: Beleggen
Fondshuis: Baillie Gifford

Agentic AI heeft dit jaar een forse verkoopgolf veroorzaakt onder beursgenoteerde softwarebedrijven. In de eerste drie maanden van 2026 verloor de sector meer dan 20%, terwijl sommige aandelen nog harder onderuitgingen. De snelle opkomst van AI-agents die code kunnen schrijven, heeft de drempel om software te ontwikkelen drastisch verlaagd. Dit zorgt ervoor dat de concurrentie toeneemt en bestaande toetredingsbarrières verdwijnen.

Tegelijk maken beleggers zich zorgen over het verdienmodel van veel softwarebedrijven. Veel SaaS-bedrijven werken met een prijs-per-gebruikerstructuur. Als AI menselijke arbeid vervangt, komt ook die inkomstenbasis onder druk te staan. Bedrijven kunnen overstappen naar gebruiksgebaseerde modellen, maar dat verloopt waarschijnlijk niet zonder weerstand van klanten. Daar komt bij dat softwarebedrijven jarenlang hoge waarderingen kregen vanwege hun voorspelbare inkomstenstromen. Abonnementsmodellen zorgen voor terugkerende omzet en stabiele marges. Juist die voorspelbaarheid wordt kwetsbaar zodra beleggers meer onzekerheid beginnen in te prijzen.

Gary robinson
Gary Robinson
Volgens Gary Robinson, investment manager bij Baillie Gifford, reageert de markt echter te ongenuanceerd. Er bestaat een fundamenteel verschil tussen bedrijven die actief zijn in de gebruikersinterface en ondernemingen die de onderliggende infrastructuur leveren. De eerste categorie loopt het risico een inwisselbaar product te worden. Voor infrastructuurspelers kan de markt juist groter worden, omdat ook AI-agents afhankelijk blijven van digitale infrastructuur. De cruciale vraag is welke bedrijven zich weten aan te passen.

Shopify en Cloudflare profiteren van AI-verschuiving

Volgens Robinson tonen veel bedrijven in zijn US Growth-portefeuille precies die aanpassingskracht. Baillie Gifford geeft al langer de voorkeur aan bedrijven die worden geleid door oprichters, omdat juist in dit soort periodes de kwaliteiten van een effectieve oprichter-bestuurder het meest zichtbaar worden. Shopify is daarvan volgens Robinson een goed voorbeeld. Het bedrijf is de infrastructuur voor e-commerce, het besturingssysteem waarmee handelaren hun onderneming managen. Volgens Shopify-topman Tobi Lütke kan uiteindelijk de helft van alle e-commercetransacties door AI-agents worden afgehandeld. Ook als consumenten niet langer zelf winkelen, zullen agents behoefte hebben aan functionaliteiten waarin Shopify voorziet, zoals betalingen, voorraadbeheer, verzendingen, belastingen, retouren en abonnementen.

Cloudflare is een andere software-infrastructuurspeler die van deze ontwikkeling kan profiteren. Door AI wordt softwareontwikkeling goedkoper, waardoor het aantal nieuwe applicaties snel groeit. Die applicaties moeten ergens worden gehost en beveiligd. Cloudflare bouwt zijn Workers-platform daarom uit tot standaardinfrastructuur voor AI-agents en zogeheten ‘vibe-coded applications’. Het bedrijf is bovendien strategisch gepositioneerd als het gaat om AI-agentverkeer: circa 20% van het internet loopt via zijn infrastructuur. Daarnaast heeft het AI Crawl Control gelanceerd, waarmee content-eigenaren AI-agents kunnen monitoren en toegang in rekening kunnen brengen. Dat is een cruciale dienst voor websites die historisch afhankelijk waren van advertentie-inkomsten en een nieuw verdienmodel nodig hebben nu AI-agents menselijke bezoekers steeds vaker vervangen. Ook profiteert Cloudflare volop van het volume van agent-activiteit op het web. Waar mensen enkele websites bezoeken om informatie te verzamelen, kunnen agents duizenden sites analyseren voor één taak. In januari verdubbelde het aantal wekelijkse AI-agentverzoeken op het netwerk van Cloudflare. Dat stimuleert de vraag naar beveiligings-, netwerk- en prestatieoplossingen.

Veel grote softwareposities van Baillie Gifford vallen binnen de infrastructuurcategorie. Deze bedrijven leveren de infrastructuur waarop de digitale economie draait. Hun verdienmodellen zijn bovendien al grotendeels gebaseerd op gebruik. Met het juiste leiderschap zouden AI-agents voor deze ondernemingen eerder een kans dan een bedreiging moeten vormen.

Chips, heel veel chips

Een van de opvallendste aspecten van de recente marktontwikkelingen is dat het aandeel NVIDIA nauwelijks positief heeft gereageerd op de opkomst van agentic AI. Volgens Robinson zou deze ontwikkeling juist zeer gunstig moeten zijn voor de vraag naar rekenkracht. Toch daalde het aandeel NVIDIA in februari en maart met circa 10%, tegelijk met veel SaaS-aandelen.

Dat vindt Robinson moeilijk met elkaar te rijmen. De markt lijkt enerzijds buitengewoon optimistisch over AI, getuige de forse koersdalingen van 20% tot 40% bij veel softwarebedrijven uit vrees voor disruptie. Anderzijds lijkt zij relatief onverschillig over wat diezelfde AI-golf betekent voor NVIDIA, terwijl juist de vraag naar chips en rekenkracht hierdoor sterk zou moeten toenemen.

NVIDIA-oprichter Jensen Huang bevestigde die positieve visie onlangs in een podcast met Lex Fridman. Huang suggereerde daar dat NVIDIA uiteindelijk zou kunnen uitgroeien tot een onderneming met $3.000 mrd omzet. Dat zijn biljoenen dollars. Voor dit jaar rekenen analisten op een omzet van circa $366 mrd. Volgens Huang wordt de omzet van NVIDIA niet begrensd door marktaandeel binnen een bestaande markt, maar door de omvang van nieuwe markten die AI creëert. De omzet van het bedrijf hangt uiteindelijk samen met het aantal gegenereerde tokens, de rekeneenheid van AI voor verwerkte tekst en rekenkracht.

Naarmate AI zich ontwikkelt van chatbots naar autonome agents en zich uitbreidt van programmeren naar vrijwel alle kennisintensieve beroepen, stijgt de vraag naar tokens exponentieel. Daarmee groeit ook de behoefte aan chips en rekenkracht. Een mogelijke rem op de omzetgroei is deflatie. NVIDIA heeft de systeemprestaties de afgelopen tien jaar met een factor miljoen verbeterd. Toch blijft de vraag naar rekenkracht sterk groeien. Volgens Robinson zijn er voorlopig geen signalen dat die trend afzwakt. Hij verneemt van bedrijven in portefeuille dat de kosten per token weliswaar dalen, maar dat het gebruik nog sneller toeneemt. Dat sluit aan bij de zogeheten paradox van Jevons: wanneer iets goedkoper wordt, neemt het gebruik vaak juist toe.

NVDIA’s ‘Jensen’s paradox’ is een bedrijf dat hypergroei weet vast te houden terwijl de waardering juist goedkoper wordt. Per 27 april 2026 werd NVIDIA verhandeld tegen circa 25 keer de winst van het lopende jaar. Daarmee ligt de koers-winstverhouding ongeveer half zo hoog als die van Costco (49 keer) en Walmart (44 keer), terwijl NVIDIA aanzienlijk sneller groeit.

De consensusverwachting gaat uit van een groeivertraging van 73% dit jaar naar 33% volgend jaar. Robinson acht een dergelijke scherpe terugval onwaarschijnlijk. Het sterkste negatieve scenario is volgens hem dat we dit eerder hebben gezien. Technologie-investeringen verlopen cyclisch. Een structurele vraaggroei kan ertoe leiden dat investeringen te snel naar voren worden gehaald, wat uiteindelijk resulteert in overcapaciteit en een pijnlijke correctie. Als voorbeeld haalt Robinson de aanleg van glasvezelnetwerken eind jaren negentig aan. Die infrastructuur bleek uiteindelijk noodzakelijk, maar veel bedrijven gingen failliet omdat het aanbod jarenlang groter was dan de vraag.

Een vergelijkbaar scenario rond AI acht Robinson niet onmogelijk. Een recessie die bedrijfsbudgetten onder druk zet, zou hyperscalers kunnen dwingen hun investeringen terug te schroeven, waardoor de groei van NVIDIA scherp vertraagt. Toch blijft Robinson positief. Volgens hem ziet de vraagzijde er tegenwoordig fundamenteel anders uit dan twaalf maanden geleden. Door de opkomst van agentic AI is kunstmatige intelligentie veranderd van een optionele technologie in een productiviteitsinstrument met meetbaar rendement en mogelijk zelfs existentiële gevolgen voor bedrijven die de ontwikkeling missen.

Een jaar geleden maakte Robinson zich nog zorgen over toenemende concurrentie en een mogelijke tijdelijke terugval in de vraag naar chips. Die zorgen zijn grotendeels verdwenen. Hoewel de concurrentie duidelijk is toegenomen, acht hij de vraag naar AI-rekenkracht voorlopig robuust. Vooral NVIDIA’s positie binnen inference, het draaien van modellen om output te genereren, in tegenstelling tot het trainen ervan, zou de afgelopen periode aanzienlijk sterker zijn geworden.