Christopher Dembik, Senior Investment Strategy Adviser Pictet Asset Management
De bezorgdheid over artificiële intelligentie is nog niet verdwenen. Alleen komt die deze keer uit een andere hoek. Volgens studiebureau Gartner zou tegen eind 2030 een waardevermindering kunnen dreigen voor meer dan 3.500 miljard dollar aan uitgaven voor AI-infrastructuur als AI-aanbieders hun huidige investeringstempo aanhouden.
Maar klopt dat wel? Hier worden verschillende zaken door elkaar gehaald.
Ten eerste hangt het rendement van investeringen in AI samen met de ontwikkeling van AI-agents. De uitrol daarvan binnen bedrijven vergt tijd, omdat gegevens gekoppeld en bedrijfsprocessen aangepast moeten worden.
Ten tweede bepalen ook de productiekosten van tokens of de investeringen in AI zullen renderen. Die kosten lopen sterk uiteen en hangen af van de modellen die worden gebruikt: de geavanceerde, propriëtaire modellen zijn bijzonder duur, terwijl opensourcemodellen 20 tot 30% goedkoper kunnen zijn. Ten tweede speelt ook de gebruikte hardware een rol. Zo kan het kostenplaatje er heel anders uitzien afhankelijk van of de datacenters gebruikmaken van GPU's van Nvidia, gespecialiseerde chips zoals de TPU's van Google of processoren die geoptimaliseerd zijn voor inferentie, met ander woorden het uitvoeren van AI-modellen. Die technologische keuzes hebben rechtstreekse gevolgen voor de prestaties, het energieverbruik en dus de productiekosten van tokens.
Het is dan ook perfect mogelijk dat oudere infrastructuur, die geleidelijk verouderd raakt, fors in waarde daalt, terwijl de investeringen in nieuwe datacenters in hetzelfde tempo doorgaan.
Dat is enigszins vergelijkbaar met wat er op de markt voor elektrische auto's gebeurt. In 2020 konden sommige modellen met een architectuur van 400 volt laden met een vermogen van 100 kW. Vandaag halen bepaalde voertuigen met een architectuur van 800 volt een laadvermogen van 350 kW. Eenvoudig gesteld maakt een hogere spanning het mogelijk meer vermogen over te brengen zonder dat de stroomsterkte evenredig hoeft toe te nemen. Daardoor kan veel sneller worden geladen.
Auto's van de generatie van 2020 verliezen op de tweedehandsmarkt aanzienlijk aan waarde, maar tegelijkertijd blijft de markt voor nieuwe auto's zeer dynamisch.
Paniek is dus nergens voor nodig, maar zoals zo vaak wanneer het over AI gaat, halen emotionele reacties de bovenhand op rationele analyse.
Om in de gaten te houden
Het wordt een drukke week, met de vergadering van de Bank of England (verhoging van de beleidsrente met 25 basispunten tot 4%), de flashraming van de inflatie in de eurozone van oktober, de Amerikaanse werkgelegenheidscijfers voor oktober, de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen en de stemming over de Franse begroting op 3 november.
Onze aandacht gaat echter vooral uit naar de signalen die beginnen op te duiken en die op langere termijn tot economische spanningen kunnen leiden. Twee daarvan zijn bijzonder zorgwekkend.
Ten eerste worden de herfinancieringsvoorwaarden in Europa strenger. De risicopremies bedragen inmiddels 117 basispunten voor investment-grade-obligaties en 354 basispunten voor hoogrentende obligaties. Daardoor drukken de financieringskosten zwaarder op de marges. De rentelasten vertegenwoordigen al 1,85% van de omzet van de bedrijven in de STOXX 600 en verlagen hun winst met meer dan 5%.
Drie factoren zouden de situatie nog kunnen verergeren:
- Een verwachte inflatiepiek in de eurozone komend voorjaar;
- Een aanhoudend hoge rente op staatsobligaties;
- Een groeiende financieringsbehoefte door AI. Met andere woorden: meer projecten die financiering nodig hebben en meer concurrentie om kapitaal aan te trekken.
Ten tweede speelt energie ons parten, vooral aardgas, waarvan we sterk afhankelijk zijn. Op de termijnmarkt staat de TTF nu op 95 euro per MWh, 32% hoger dan een maand geleden. Dat is het hoogste peil sinds eind 2022, en vooral bijna negen keer meer dan de Amerikaanse tegenhanger, Henry Hub.
De oorzaken zijn de spanningen in het Midden-Oosten, de naderende winter, de relatief lage Europese gasvoorraden – die slechts voor 75% gevuld zijn, terwijl dat normaal 80% is – en de concurrentie met Azië, die Europese importeurs dwingt meer te betalen om ladingen vloeibaar aardgas aan te trekken. Dat is een nieuwe klap voor het concurrentievermogen van Europese bedrijven. Voor een industrieel bedrijf dat jaarlijks 100.000 MWh verbruikt bijvoorbeeld, komt de stijging van de TTF-prijs van 72 naar 95 euro per MWh in amper één maand tijd neer op mogelijk 2,3 miljoen euro extra kosten op jaarbasis, als de prijzen op dat niveau blijven en het bedrijf zich niet heeft ingedekt. Dat vormt een rechtstreeks risico voor de marges en de kaspositie.
Wist u het al?
Elke crisis biedt kansen, en de halfgeleidermarkt is daar momenteel zeker het beste voorbeeld van. Door de massale verkoopgolf is de waardering van de Zuid-Koreaanse KOSPI-index teruggevallen tot een bijzonder aantrekkelijk niveau. De koers-winstverhouding (K/W) op basis van de verwachte winst over de komende 12 maanden bedraagt amper 4, het laagste peil sinds 2006.
Dat is zelfs maar de helft van de K/W van Indonesië, een markt die onlangs nochtans te lijden had onder het risico op een afwaardering door MSCI. Aanleiding daarvoor waren onder meer zorgen over de transparantie van de aandeelhoudersstructuur, het daadwerkelijk vrij verhandelbare deel van de aandelen en het risico op koersmanipulatie.


