Ondanks de sterke koersstijgingen in 2025 zijn aandelen uit opkomende markten (EM) nog steeds aanzienlijk ondergewaardeerd. Volgens Stacie Mintz, Head of Quantitative Equity bij PGIM, biedt dit een aantrekkelijk instapmoment.
Na jaren van achterblijvende rendementen ten opzichte van ontwikkelde markten (DM), doen opkomende markten er weer toe. Volgens Mintz rust de beleggingscasus op drie pijlers.
De eerste is een constructieve macro-economische omgeving. Gunstige factoren zoals een verzwakkende dollar en de wereldwijde trend richting monetaire verruiming stimuleren de groei in opkomende markten. “Wanneer de dollar aan kracht verliest, neemt de schuldenlast van opkomende economieën, die grotendeels in dollars is gefinancierd, af. Dit creëert ruimte voor stimuleringsmaatregelen en verhoogt de economische weerbaarheid,” aldus Mintz.
Mean reversion
De tweede pijler is de waarderingskloof, die inmiddels historische proporties heeft aangenomen. EM-aandelen handelen op niveaus die in decennia niet zijn gezien.
“In de afgelopen veertig jaar bewogen de relatieve prestaties van opkomende versus ontwikkelde markten zich in cycli van gemiddeld negen jaar. De huidige cyclus van EM-underperformance duurt inmiddels zo’n dertien jaar, aanzienlijk langer dan het historisch gemiddelde. Dit zet de deur open voor mean reversion.”
De huidige forward P/E spreads laten zien dat opkomende markten meer dan één standaarddeviatie onder het niveau van ontwikkelde markten handelen. Een dergelijke waarderingskloof is sinds de internetzeepbel niet meer voorgekomen. In het verleden was dit altijd een voorbode van bovengemiddelde rendementen.
Van economische groei naar winstgroei
De derde pijler heeft betrekking op het beleid en het corporate landschap. Structurele hervormingen vertalen de robuuste bbp-groei eindelijk in tastbare winstcijfers.
“Een groot pijnpunt in het afgelopen decennium was de zwakke correlatie tussen de economische groei in opkomende landen en de winstgroei bij bedrijven,” legt Mintz uit. “Gebrekkig ondernemingsbestuur, een gebrek aan kapitaaldiscipline en zwakke bescherming van minderheidsaandeelhouders waren hiervan de hoofdoorzaken.” Aan die 'winstdroogte' lijkt nu een einde te komen, door een sterkere focus op aandeelhouderswaarde, transparantie en kapitaaldiscipline.
Deze factoren wijzen volgens PGIM op een structurele verschuiving. Voor asset allocators is dit een strategisch moment om hun positie te heroverwegen. Vanwege de specifieke karakteristieken van deze markten – zoals de grote spreiding in rendementen en hogere transactiekosten en concentratierisico’s – is een passieve benadering niet toereikend. Een actieve, systematische aanpak is volgens PGIM essentieel om het volledige potentie van deze markten te ontsluiten.


