Navbar logo new
Schroders: Hoe reageren obligatiemarkten op de nieuwe Fed-voorzitter: Kevin Warsh?
Calendar16 Feb 2026
Thema: Fixed Income
Fondshuis: Schroders

De regering van Donald Trump heeft op 30 januari bekendgemaakt Kevin Warsh te willen voordragen als nieuwe voorzitter van de Federal Reserve. De Senaat moet de nominatie nog goedkeuren. Als dat gebeurt, volgt Warsh in mei de huidige voorzitter Jerome Powell op. Voor beleggers in vastrentende waarden draait de vraag niet alleen om de persoon Warsh, maar om de koers die hij de Fed kan laten varen: hoeveel ruimte is er nog voor renteverlagingen, wat gebeurt er met de balans, en verandert er iets aan het beleidskader? Dat zijn de punten die James Bilson, fixed income-strateeg bij Schroders, in zijn analyse centraal zet.

Economie vraagt geen extra stimulus, politiek mogelijk wel

De Amerikaanse economie oogt volgens Bilson robuust genoeg om zonder extra monetaire steun door te draaien. De groei is gezond en neerwaartse risico’s voor de arbeidsmarkt, die in de tweede helft van 2025 opspeelden, lijken af te nemen.

Maar wat de economie ‘nodig’ heeft en wat beleidsmakers leveren, is niet altijd hetzelfde. In Washington is de wens naar lagere rentes al langer hoorbaar. In de dagen na de nominatie werd in de markt en media opnieuw gespeculeerd dat het Witte Huis een beleidsrente richting 3% zou willen zien.

Volgens Bilson is Warsh minder geneigd tot agressieve verlagingen dan sommige andere namen die rondzongen. Tegelijkertijd zou hij, als insider met ervaring binnen de Fed, juist beter in staat kunnen zijn om een gematigde versoepeling door te voeren zonder de geloofwaardigheid van de Fed meteen op het spel te zetten.

Balansbeleid: rust op korte termijn, herinrichting op lange termijn

Op de dag van de aankondiging liepen de langlopende rentes op, mede door de aanname dat Warsh harder zou inzetten op het verkleinen van de Fed-balans.

Bilson nuanceert die reflex. Ja, Warsh zal op termijn waarschijnlijk een kleinere en ‘nettere’ balans verkiezen, maar dat ziet hij eerder als langetermijnarchitectuur dan als een onmiddellijke ingreep die de obligatiemarkt ontregelt. De kern van die langetermijnwens is volgens hem tweeledig: 1) minder afhankelijk worden van kwantitatieve verruiming als extra stimulering ooit weer nodig is, en 2) nauwer afstemmen met het Amerikaanse ministerie van Financiën om te zorgen voor een betere coördinatie van het beleid.

Hoewel (1) vragen zal oproepen over de ‘fiscale dominantie’ van de centrale bank, is Bilson instinctief niet tegen een meer holistische benadering van beleidsvorming over alle overheidsfuncties heen, dit zou juist kunnen bijdragen aan een betere werking ervan. Als de Fed bijvoorbeeld op langere termijn haar posities in Amerikaanse staatsobligaties met een langere looptijd zou afbouwen, maar regelgevende veranderingen zouden zorgen voor een compenserende toename van de vraag naar deze activa, zou dit niet per se een slecht beleid zijn.

Gaat Warsh het beleidskader van de Fed aanpassen?

Voor de obligatiemarkt is een mogelijke aanpassing van het beleidskader van de Fed misschien wel het belangrijkst, met name met betrekking tot de arbeidsmarkt. De Fed heeft een dubbele opdracht: prijsstabiliteit en maximale werkgelegenheid. Maar hoe die doelen worden geïnterpreteerd - zoals de 2%-inflatie als definitie van ‘prijsstabiliteit’ - is in de praktijk voor een groot deel aan de Fed zelf.

Bilson wijst op een scenario waarin ‘maximale werkgelegenheid’ impliciet strenger wordt uitgelegd, bijvoorbeeld door te veronderstellen dat de ‘natuurlijke’ werkloosheid lager ligt dan de huidige inschatting rond 4,2%. Zo’n verschuiving zou, bij gelijkblijvende omstandigheden, de ruimte voor lagere beleidsrentes vergroten. Hij zoekt aanwijzingen dat Warsh die richting op denkt, en ziet in eerdere opmerkingen over AI en productiviteit als mogelijke deflatoire krachten een aanknopingspunt, al blijft het, bij gebrek aan recente beleidsuitspraken van Warsh, voorlopig interpretatie.

Wat betekent dit alles voor obligatiebeleggers?

Bilson blijft gematigd bearish op Amerikaanse duration (renterisico) gezien de stevige groeiverwachtingen, stabiliserende arbeidsmarkt en fiscale impuls die in 2026 in de economie doorwerkt. Tegelijk verwacht hij dat Warsh renteverlagingen wíl en kán doorvoeren, waardoor het neerwaartse risico voor obligatiekoersen (bij oplopende rentes) mogelijk begrensd blijft. De lange kant van de curve blijft volgens Bilson kwetsbaar voor gebrekkige fiscale discipline.

De rendementen zijn daar echter gestegen sinds de aankondiging van Warsh, omdat de markten zijn historische visie op de balans hebben geëxtrapoleerd naar het toekomstige beleid, wat de vraag naar langlopende obligaties drukt. Als deze dynamiek zich voortzet, kan dat aantrekkelijke kansen bieden. Een rendement van meer dan 5% op 30-jarige obligaties zou de waarderingen veel aantrekkelijker maken.