De economische opleving in de eurozone krijgt in 2026 en 2027 meer draagvlak. De groei die Schroders verwacht, ligt behoorlijk boven de marktconsensus. Met name monetair en begrotingsbeleid dat de binnenlandse vraag aanjaagt, steunen de groei. Tegelijkertijd dreigt een vertrouwd Europees dilemma terug te keren: de inflatie zakt op papier onder de doelstelling, maar hardnekkige looninflatie kan later alsnog tot renteverhogingen leiden.
![]() Irene Lauro |
Industrie haakt aan, Duitsland trekt kar
2025 markeerde het kantelpunt in de conjunctuur, maar het herstel in de maakindustrie bleef tot dusver bescheiden. Dat beeld kan snel kantelen. Nieuwe cijfers suggereren dat budgettaire stimulering zichtbaarder wordt, vooral in Duitsland, en dat de groei daardoor minder eenzijdig wordt.
Binnenlandse orders in de maakindustrie zijn scherp opgelopen. Met name defensiegerelateerde opdrachten springen eruit. Opvallend genoeg vertaalde die orderinstroom zich nog niet in hogere productie. Dat komt vermoedelijk door achterstanden, capaciteitskrapte en logistieke beperkingen. Maar juist de omvang van de orderpijplijn maakt het aannemelijk dat de industriële productie in de eerste maanden van 2026 merkbaar aantrekt, zodra de knelpunten afnemen.
De Duitse economie zou ook extra vaart moeten krijgen door hogere infrastructuuruitgaven. De eerste tekenen van een stijgende orderontvangst in de bouw zijn al zichtbaar. Cruciaal is dat de Duitse overheid die extra bestedingen wil vergezellen van hervormingen. Het Duitse parlement staat op het punt de Infrastruktur-Zukunftsgesetz (InfZuG) goed te keuren, met als doel procedures voor planning en vergunningen te verkorten voor transport-, digitale en energieprojecten. Dat kan het tempo van investeringen verhogen.
Het belangrijkste risico voor dit scenario is de politiek. Fragmentatie en onderlinge spanning in de regerende coalitie kunnen de uitvoering van stimuleringsplannen vertragen of verwateren. Zolang het politieke draagvlak overeind blijft, is de kans groot dat het herstel zich verbreedt.
ECB wacht in 2026, draait in 2027
De totale inflatie in de eurozone zal naar verwachting afnemen en onder de doelstelling van de ECB blijven, met een niveau van 1,6% op jaarbasis in 2026. De vertraging zal echter grotendeels worden veroorzaakt door gunstige energie-basiseffecten en een sterkere munt die de importprijzen drukt.
De onderliggende inflatiedruk blijft hardnekkiger. De inflatie in de dienstensector bleef gedurende 2025 hardnekkig en zal naar verwachting hoog blijven, met een stijging van meer dan 3% op jaarbasis in 2026. Deze component wordt veel meer beïnvloed door de dynamiek op de arbeidsmarkt en de loonontwikkeling dan door mondiale factoren. Het werkloosheidspercentage is teruggekeerd naar het laagste niveau ooit en enquête-indicatoren wijzen erop dat de werkgelegenheidsgroei het dieptepunt heeft bereikt.
Belangrijker nog is dat de toenemende krapte op de arbeidsmarkt naar verwachting zal leiden tot een sterkere groei van de onderhandelde lonen. Dit blijkt al uit de loontracker van de ECB, die wijst op een keerpunt in de loongroei na een uitgesproken vertraging vanaf een hoog niveau.
Schroders meent dat de ECB door het tijdelijk teruglopen van de inflatie heen zal kijken en haar beleid gedurende 2026 ongewijzigd zal laten. Aangezien de prijsdruk in 2027 weer begint toe te nemen, ondersteund door een verdere versterking van de binnenlandse vraag, zal de bank vanaf medio volgend jaar de rente verhogen tot 2,50%.



