Pierre Pincemaille, Algemeen Secretaris van Gestion DNCA Investments.
In 2020 deed de chaos die werd veroorzaakt door de covidepidemie en de bijbehorende lockdownmaatregelen, de wereldwijde vraag naar olie drastisch dalen. Zozeer zelfs dat in april de Texaanse schalie-olieproducenten geen afnemer meer vonden voor hun productie, waardoor de prijs van ruwe olie (de Amerikaanse referentie WTI*) negatief werd. Op dat moment kwamen de handelshuizen tussenbeide, die de rol van koper in laatste instantie op zich namen. De bekendste van hen, Glencore, eigenaar van een van de grootste tankervloten ter wereld, gebruikte die vloot als een immense opslagruimte. Daarmee kon het goedkoop zwart goud kopen om dat op termijn te verkopen en daarbij 1,3 miljard dollar winst te boeken in het eerste kwartaal van datzelfde jaar.
Zes jaar later is de situatie diametraal tegenovergesteld: omdat ze niet aan Arabisch-Perzische olie geraken, vallen de Aziatische consumenten terug op de Noordzee-productie, ondanks de transportkosten. En terecht: deze logistieke kosten moeten worden gezien in het licht van de aankondiging door Saoedi-Arabië om de verkoopprijs van zijn ruwe olie (vervaldag mei) vast te leggen op een ongeziene premie van $ 19,50 ten opzichte van de referentie Oman-Dubai.
Om de effecten van deze herallocaties van de aardoliestromen te meten, moet men kijken naar de prijs van de ‘gedateerde’ Brent, die de weerspiegeling is van fysieke transacties: die kwam kortstondig boven de $ 140 per vat uit, een premie van $ 32 ten opzichte van het termijncontract voor dezelfde ruwe olie met de eerste vervaldag. Deze ongeziene kloof sinds de jaren 1990 weerspiegelt de extreme spanning op de direct beschikbare vrachten. Sindsdien is de gedateerde Brent dankzij het ingaan van een staakt-het-vuren weer gedaald tot $ 113 per vat, een premie van $ 5, op het moment van schrijven.
De Verenigde Staten, de grootste olieproducent ter wereld, blijven niet achter als we de laatste gegevens van de firma Kpler mogen geloven: in april zouden ze 5,2 miljoen vaten per dag (+33% t.o.v. februari) exporteren dankzij de 68 lege tankers die naar hun kusten varen. Er is dus wel degelijk sprake van een waardeverschuiving van de Amerikaanse consument naar de lokale producenten, waarbij de eerste groep zwaar te lijden heeft onder de prijsstijging van een gallon benzine. Over een volledig jaar zou deze stijging ongeveer 0,6 consumptiepunten kunnen kosten, wat overeenkomt met de verwachte positieve impact van het fiscale geschenk van de OBBB**, dat de Amerikaanse president zo nauw aan het hart ligt.
Een ander helaas voorspelbaar neveneffect van deze crisis: de heropleving van thermische steenkool. Geconfronteerd met de volledige stopzetting van de export van Qatar, hebben de Aziatische landen geen andere keuze dan zich opnieuw te richten op de meest vervuilende fossiele brandstof ter vervanging van LNG. Het is geen verrassing dat in India en Thailand het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen op de achtergrond komt te staan tegenover de noodzaak van onmiddellijke energiezekerheid. Als gevolg daarvan worden een aantal kolencentrales weer in gebruik genomen in afwachting van de piekvraag komende zomer.
Een dergelijke reactie is niet alleen voorbehouden aan de snelgroeiende landen: Japan en Zuid-Korea bekijken of de regels voor de beperking van elektriciteitsproductie uit steenkool versoepeld kunnen worden. Dichter bij ons heeft Italië, dat van een Russische naar een Qatarese afhankelijkheid is overgestapt, er tot slot mee ingestemd om de sluiting van zijn laatste vier kolencentrales tien jaar uit te stellen (tot 2038).
Op langere termijn leert consultant WoddMac ons in zijn meest recente studie dat zes landen met grote onconventionele hulpbronnen hun ontwikkeling onderzoeken, ook hier in het kader van energiezekerheid. Dit initiatief is des te geloofwaardiger omdat twee Amerikaanse shale-specialisten bij deze projecten betrokken zijn, namelijk Continental Resources en EOG Resources.
Al deze vaststellingen brengen ons steevast naar de Straat van Hormuz, die nu de meest in de gaten gehouden zone ter wereld is, zowel door industriëlen als door beleggers. Hoewel de heropening van de zeestraat een van de voorwaarden van het staakt-het-vuren was, valt deze nu onder een zeeblokkade door de Verenigde Staten. Als reactie op de blokkade, die tot doel heeft Iran economisch te verstikken, kondigde de minister van Buitenlandse Zaken van het land tien dagen geleden de heropening van de zeestraat aan, om de volgende dag terug te komen op zijn verklaring. In feite verlieten er de voorbije week gemiddeld 2 schepen per dag de Perzische Golf via deze zeeweg, tegenover 35 in normale tijden. Het bewijs dat we, afgezien van woorden, nog ver verwijderd zijn van een normalisering van de koolwaterstofstromen.
Ondanks deze instabiele situatie had de aankondiging van het staakt-het-vuren een heilzaam effect op de aandelenmarkten, die een groot deel van hun daling hebben goedgemaakt in Europa en zelfs hun vroegere hoogtepunten in de Verenigde Staten hebben overtroffen. Deze beweging werd grotendeels gevoed door de CTA's***, deze systematische allocatiefondsen waarvan het proces zich beperkt tot het volgen van de kortetermijntrend en waarvan de orderstromen oplopen tot tientallen miljarden dollars.
Bijgevolg verlieten de technische indicatoren (RSI****) van de aandelenmarkten al snel de capitulatiezone om te flirten met de niveaus van overkoop, wat beleggers ertoe zou moeten aanzetten om hun risico's op korte termijn te beperken en zich te concentreren op de sectorale tendensen met het lopende resultatenseizoen…
*West Texas Intermediate;
**One Big Beautiful Bill;
***Commodity Trading Advisor;
****Relative Strength Index.


