Hogere olieprijzen zullen centrale banken confronteren met een inflatieschok, nog voordat de economische groei vertraagt. Dit plaatst hen in een lastig parket, stelt Magdalena Polan van PGIM’s vastrentende business.
De Head of Emerging Market Macroeconomic Research verwacht een stevige toename van de inflatie, aangezien consumenten wereldwijd te maken krijgen met hogere brandstof- en mogelijk voedselprijzen. Van directe 'vraaguitval' is volgens haar nog geen sprake. Dit zou pas optreden bij aanzienlijk hogere olieprijzen, naar schatting rond de $150 per vat, een niveau dat nog niet is bereikt.
"Beleidsmakers lijken tot nu toe een afwachtende houding aan te nemen. Ze hebben de ruimte om voorzichtig te zijn omdat de reële rente nu hoger ligt dan in voorgaande jaren," zegt Polan. "Tegelijkertijd worden ze achtervolgd door de ervaringen met de inflatieschokken van 2021 en 2022."
Onbekend terrein
Als de verstoring in de oliemarkt langer aanhoudt, kan dat ook economische gevolgen hebben. Polan: “Mochten de energietekorten ernstiger worden, dan zullen de industriële productie en de consumentenbestedingen daaronder lijden, wat sommige economieën mogelijk in een recessie stort." Historische modellen bieden hierbij weinig houvast. Polan waarschuwt dat de meeste macromodellen prijsstijgingen beter verwerken dan daadwerkelijke aanbodtekorten. Volgens haar bevinden we ons daarom op “uncharted territory" wat betreft het kwantificeren van de groeischade.


