Op het eerste gezicht lijkt het recente conflict in het Midden-Oosten nauwelijks vat te hebben op Amerikaanse aandelen. De S&P 500 is minder gedaald dan verwacht, maar de waarderingen laten zien dat beleggers het risico onderkennen dat de situatie in de tweede helft van het jaar zal veranderen, stelt beleggingsstrateeg Benoit Anne van vermogensbeheerder MFS.
![]() Benoit Anne |
Sinds eind oktober daalden de ‘forward’ koers-winstverhoudingen van de S&P 500 met circa 15 procent, terwijl de index slechts zo’n 5 procent lager staat. “Door die ogenschijnlijke discrepantie kan je denken dat de markt geopolitieke risico’s negeert. De werkelijkheid is genuanceerder,” aldus Anne. Aandelenrendementen zijn het resultaat van de wisselwerking tussen winstgroei, waardering en kasstromen — niet alleen van krantenkoppen. De afgelopen maanden waren de gunstige verwachtingen over de Amerikaanse bedrijfswinsten vooral van belang. Ondanks de geopolitieke onzekerheid verwacht de markt nog altijd een winstgroei van bijna 19 procent op jaarbasis voor de komende twaalf maanden. Het conflict heeft hierop vooralsnog weinig invloed.
Voorzichtiger verhaal
Maar de waarderingen vertellen al een tijdje een voorzichtiger verhaal en dat begon al voor de escalatie van het conflict met Iran, vooral door een herwaardering van de grote techbedrijven, in het bijzonder rond investeringen in AI.
Het huidige waarderingsniveau laat zien dat beleggers zich steeds meer bewust zijn van het risico dat de winstgroei in de tweede helft van het jaar gaat afnemen, stelt Anne. Ook het macro-economische plaatje stemt tot voorzichtigheid. De Amerikaanse werkloosheid begint te stijgen en de inflatie drukt op de koopkracht. “Hoewel we verwachten dat de bestedingen op korte termijn deels worden opgevangen door belastingteruggaven, zien wij dit als een tijdelijke compensatie en niet als een structurele impuls. Het is overigens belangrijk te benadrukken dat de Amerikaanse consument, hoewel belangrijk voor de groei, minder direct van invloed is op de winstontwikkeling van de S&P 500 dan vaak gedacht wordt. De winstgevendheid van de index wordt bepaald door grote, internationale ondernemingen, waarvan omzet, marges en kapitaalbeslissingen niet alleen afhangen van de binnenlandse consumptie.”
Dat verklaart ook het recente koersleiderschap van de Magnificent-7 die sinds het uitbreken van het conflict weer beter presteren dan de bredere markt. Dit komt volgens Anne door hun schaal, prijszettingskracht en vermogen om hogere kosten op te vangen, waaronder stijgende uitgaven aan datacenters en AI-capaciteit. “Wij denken dat investeringen in AI, productiviteitsverbeteringen en omzetgroei voorlopig de belangrijkste pijlers zijn voor de veerkracht van de bedrijfswinsten.”
Structurele gevolgen voor energie
Waar de gevolgen structureler voelbaar zijn is in de energiesector. De schade aan belangrijke Golf-infrastructuur betekent een forse herziening van de wereldwijde aannames over LNG-aanvoer. Voor met name Europese en Aziatische economieën die afhankelijk zijn van energie-import, lijkt een tijdperk van goedkope, overvloedige LNG later dit decennium een stuk minder waarschijnlijk. Dat is een essentieel gegeven voor groei, inflatie en beleggingsbeslissingen. Kortom, markten negeren de geopolitiek niet, maar wegen deze mee in de mate van winstbestendigheid, waarderingen en structurele verstoringen in het aanbod, zichtbaar in energie, maar steeds vaker ook bij meststoffen, petrochemie en kritische industriële grondstoffen.



