Navbar logo new
Waarheen met Duitsland?
Calendar08 Apr 2026
Thema: Macro
Fondshuis: Degroof Petercam

Door Hans Bevers (Chief Economist bij Degroof Petercam), Alexandre Drabowicz (Global Chief Investment Officer bij Indosuez Wealth Management) en Bénédicte Kukla (Chief Strategist bij Indosuez Wealth Management)

Alexandre drabowicz
Alexandre Drabowicz

De Duitse economie staat voor grote uitdagingen, dat blijkt uit een rondvraag bij experts

1. Voorkeur voor een “saai, maar stabiel beleid”

Grote Duitse bedrijven willen een “saai, maar stabiel beleid”, zo blijkt uit recente enquêtes. De verwachtingen ten aanzien van de coalitie blijven laag, maar na jaren van tegenstrijdige bureaucratische regels wordt voorspelbaarheid gewaardeerd. Het aantal vermeldingen van de regering in bedrijfscommunicatie is aanzienlijk toegenomen (tot 26% tegenover 8% na eerdere verkiezingen).

Bovendien kampt het politieke centrum van Duitsland met een "identiteitscrisis", met name binnen de centrumlinkse SPD, die zichzelf opnieuw probeert te definiëren nadat zij delen van haar arbeidersachterban heeft verloren aan de extreemrechtse AfD. Dit heeft geleid tot een "machtsvacuüm in het middenveld". De SPD zal waarschijnlijk prioriteit geven aan maatregelen ter bescherming van huishoudens, terwijl de bredere teleurstelling over het politieke leiderschap – met inbegrip van Friedrich Merz – de aanhoudende onzekerheid over de beleidsrichting weerspiegelt.
Hans bevers
Hans Bevers

2. “Enorme sommen geld om brood te kopen”

De hoge spaarquote in Duitsland – ongeveer 20% van het beschikbare inkomen, ruim boven het gemiddelde van de eurozone – weerspiegelt een diepgewortelde angst voor inflatie. “Het beeld dat enorme hoeveelheden geld nodig zijn om brood te kopen, zit bij schoolkinderen nog steeds ingeprent. De oorzaak hiervan zijn afbeeldingen in schoolboeken over hyperinflatie die nog steeds het gedrag bepalen. De inflatieschok van 2022 versterkte deze mentaliteit. Hoewel de inflatie sindsdien is gedaald tot ongeveer 2%, is het prijsniveau, en niet de mate van verandering, van belang voor gezinnen. De prijzen blijven aanzienlijk hoger dan vóór de crisis, wat het sentiment drukt. Als gevolg daarvan blijven gezinnen, zelfs met herstellende reële inkomens, de voorkeur geven aan sparen uit voorzorg. De consumptie heeft zich beter staande gehouden dan het vertrouwen doet vermoeden, wat een aanhoudende kloof tussen het zwakke sentiment en de verbeterende koopkracht (voor de oorlog in Iran) benadrukt.

3. “Wat goed is voor China, is slecht voor Duitsland”

Het concurrentievermogen van Duitsland heeft niet alleen te lijden gehad onder de energieschok na de crisis in Oekraïne, maar werd ook uitgehold door hogere financieringskosten, stijgende arbeidskosten, belastingheffingen en regelgeving, en toenemende Chinese concurrentie op belangrijke exportmarkten. Hoewel de energieprijzen aanvankelijk de grootste zorg vormden, is de consensus verschoven naar betrouwbaarheid - “beter dure energie dan een onstabiele voorziening”. Subsidies hebben de schok opgevangen en energie-intensieve sectoren hebben hun activiteiten al teruggeschroefd. Het meer structurele probleem is dat China marktaandeel wint, wat wordt versterkt door signalen uit het recentste topoverleg in China die wijzen op een hernieuwde focus op exportgestuurde groei – een duidelijk negatieve ontwikkeling voor Duitse exporteurs. 4. „Gat in de begroting” versus „er gebeurt iets”

De begrotingsvooruitzichten van Duitsland worden gekenmerkt door een spanning tussen structurele zwakte en conjuncturele steun.

Enerzijds is er een gat in de begroting. Dat houdt verband met de stijgende uitgaven voor gezondheidszorg, overheidswerkgelegenheid en pensioenen. Daarnaast leeft de bezorgdheid dat ongeveer een derde van de infrastructuuruitgaven wordt omgeleid om dit gat in de begroting te dichten. Instellingen zoals het IFO en het IW blijven sceptisch en merken op dat stimuleringsmaatregelen weliswaar de groei op korte termijn ondersteunen, maar weinig bijdragen aan het langetermijnpotentieel, dat wordt geschat op 0,1% tot 0,6%. “Het enige dat zeker is, is dat de schuldgraad zal toenemen.”

Aan de andere kant „is er iets aan de hand”: vertragingen in de levering lopen explosief op, de overheidsuitgaven stijgen en maatregelen zoals btw-verlagingen voor restaurants zullen een ondersteunende rol spelen. Zelfs als deze stimuleringsmaatregelen dit „begrotingstekort” gedeeltelijk financieren en eerder de consumptie dan de investeringen ondersteunen, vormen ze toch een steunpilaar voor de groei op korte termijn en voorkomen ze belastingverhogingen. KFW schat dat het structurele primaire saldo in 2026 met 1,2 procentpunt van het bbp zal toenemen, waardoor het bbp met 0,6 tot 0,8% stijgt (waarbij de totale investeringen toenemen van 75 miljard euro in 2024 tot meer dan 120 miljard in 2026). Er blijft evenwel bezorgdheid over de kwaliteit van de uitgaven (met uitzondering van de defensie-uitgaven, waarover relatief veel consensus bestond), de beperkte vooruitgang op het gebied van digitalisering en de kosteninflatie bij defensieaankopen.

Een belangrijke kanttekening hierbij is dat het stimuleringsplan veeleer was opgezet als een infrastructuurplan om „de achterstand na jarenlange onderinvesteringen tijdens de Merkel-jaren weg te werken“. Het plan was dus niet meteen bedoeld om alle concurrentieproblemen van Duitsland aan te pakken, noch om het land energieonafhankelijk te maken. Dat er geen voorwaarden zijn gekoppeld aan de financiële stimuli die de deelstaten krijgen, maakt het voorts ook moeilijker om de impact van de uitgaven op te volgen. 5. Toekomstige industriële mix: “de hamvraag”

Hoe de industriële basis van Duitsland zal ontwikkelen, blijft vooralsnog de hamvraag. Het aandeel van energie-intensieve industrieën (ongeveer 15% van de toegevoegde waarde) zal naar verwachting afnemen, terwijl de automobielsector (ongeveer 18%) belangrijk blijft, maar waarschijnlijk geen motor voor groei zal zijn. Het is bemoedigend dat gevestigde bedrijven zich aanpassen. Zo weerspiegelt BMW’s plan om tegen 2027 40 nieuwe of vernieuwde modellen op basis van zijn nieuwe technologieplatform te introduceren de voortdurende transformatie, een aanpak die we in Duitsland ook al zagen tijdens periodes van externe concurrentie.

B%c3%a9n%c3%a9dicte kukla
Bénédicte Kukla
Toekomstige groei zal waarschijnlijk afkomstig zijn van: nieuwe bedrijven (Duitsland telt momenteel ongeveer 40 eenhoorns), nichespecialisatie (bv. hoogwaardige machines), en de sectoren die zich toeleggen op vergrijzing en gezondheidszorg, gelinkt aan de demografische veranderingen in Duitsland. Er heerst ook optimisme rond “overdraagbare vaardigheden”, waarbij arbeidskrachten doorschuiven van zwakkere sectoren (auto-onderdelen) naar sterkere sectoren (defensie). Hoewel recente handelsakkoorden van de Europese Unie (EU) positief zijn, zal het effect daarvan waarschijnlijk pas in de jaren 2030 merkbaar worden.

6. Duitsland: “Fiscale stimulusmaatregelen versus energiecrisis”

De Duitse economie bevindt zich momenteel in een spreidstand tussen enerzijds de kwetsbaarheid op het energiegebied als gevolg van het conflict met Iran en anderzijds de fiscale steun die pas eind 2025 in een stroomversnelling kwam. Op de vraag of de Duitse regering meer zou kunnen doen, reageerden veel respondenten twijfelachtig, gezien de controverse die nu al rond het huidige stimuleringsplan bestaat. De manoeuvreerruimte om aan beleid te doen, blijft beperkt. Een verdere opschorting van de schuldenrem zou waarschijnlijk een grote externe schok vereisen, zoals een langdurige verstoring van de energievoorziening. Een belangrijk risicoscenario maakt dit duidelijk: een stijging van de olieprijs tot 100 dollar per vat gedurende één jaar zou het volledige effect van de Duitse stimuleringsmaatregelen tenietdoen. Dit is echter niet de eerste energieschok die Duitsland heeft moeten doorstaan, en de energie-intensieve industrie is al flink uitgedund.