Commentaar van Apolline Menut, econoom bij Carmignac, op de Hongaarse verkiezingsuitslag:
![]() Apolline Menut |
Magyar heeft na deze onverwacht ruime overwinning al bevestigd dat zijn regering uitgesproken pro-Europees zal zijn. Hij wil een einde maken aan de Hongaarse systematische veto’s op steun aan Oekraïne, de afschrikking van de Europese Unie tegenover Rusland versterken en de spanningen rond de Europese begroting, het energiebeleid en de uitbreiding verminderen. Hoewel Orbán niet de enige dwarsligger was, verdwijnt met zijn vertrek een van de meest hardnekkige obstakels voor de Europese samenwerking.
Al is de verkiezing in Hongarije voor de totale groei van de Europese Unie grotendeels irrelevant, is zij voor Hongarije zelf allesbehalve marginaal. Het land gaat deze overgang in met zwakke groeivooruitzichten, beperkte begrotingsruimte en een erfenis van jarenlang economisch wanbeleid.
Een ruime meerderheid voor Tisza verbetert de vooruitzichten materieel via drie kanalen: lagere risicopremies zodra het begrotingsbeleid opnieuw aan geloofwaardigheid wint; een competitievere binnenlandse omgeving die oligopolistische rentes drukt en een efficiëntere kapitaalallocatie mogelijk maakt; en de kans op een snelle vrijgave van aanzienlijke Europese fondsen die zijn bevroren vanwege zorgen over de rechtsstaat, waarbij de deadline eind augustus vermoedelijk kan worden gehaald.
Met andere woorden: de macro-economische impact blijft beperkt op Europees niveau, maar kan nationaal aanzienlijk zijn. De Tisza-supermeerderheid vormt daarmee een duidelijk keerpunt voor Hongarije.



