Arthur C. Clarke schreef in 1962 de inmiddels beroemde zin: „Elke voldoende geavanceerde technologie is niet te onderscheiden van magie.” De afgelopen tien jaar leverden daar talloze voorbeelden van op, zoals herbruikbare ruimtevaartuigen die met bijna chirurgische precisie terugkeren op een landingsplatform of AI-systemen die gesprekken voeren alsof je met een mens praat. Het zijn innovaties die, zelfs voor een nuchtere toeschouwer, iets wonderlijks hebben.
Wat deze periode echt bijzonder maakt, is niet de magie zelf, maar de plek waar die magie wordt ontwikkeld. Voor het eerst worden veel van de meest ingrijpende technologieën ontwikkeld door bedrijven die veel langer privaat (niet beursgenoteerd) blijven dan vroeger. De doorbraakfase verschuift van de beurs naar de beslotenheid van de private markt. Wie vandaag een blik in de toekomst wil werpen - of het nu gaat om kunstmatige intelligentie, ruimtevaart of robotica - moet daarom vooral kijken naar de private groeifase, waar de volgende generatie doorbraken in stilte vorm krijgt, stelt Peter Singlehurst, investment manager bij Baillie Gifford.
Komt er een biljoen-dollar-IPO aan?
De afgelopen tien jaar hebben de kapitaalmarkten een structurele draai gemaakt: bedrijven blijven langer privaat, en groeien in die extra tijd door tot een schaal die eerder ongekend was. Zo ontstond het fenomeen van de ‘mega-cap’ private onderneming.
In 2012 hadden de vijf grootste beursgenoteerde bedrijven ter wereld samen een marktkapitalisatie van $1,6 biljoen. Vandaag zijn de vijf grootste private bedrijven - SpaceX, OpenAI, ByteDance, Anthropic en Databricks - samen goed voor circa $2,1 biljoen.
Baillie Gifford heeft vier van de vijf bovengenoemde bedrijven in portefeuille. Dat is goed nieuws voor zijn cliënten, maar leidt steevast tot dezelfde vraag: gaan deze bedrijven ooit naar de beurs? En wat gebeurt er met de markt als zo’n kolos besluit wél te noteren?
De beursbel klinkt steeds later
Waar de beurs lange tijd het domein was waar bedrijven hun grote groeikapitaal ophaalden, verschuift dat zwaartepunt naar private markten. Zelfs de ‘secundaire’ liquiditeit - traditioneel het terrein van de beursgang - verandert. Private tender offers en aandeleninkoop zijn steeds vaker routine. In 2023-24 haalden Databricks en Stripe samen meer secundair kapitaal op dan de gehele Amerikaanse tech-IPO-markt in die periode. Deze bedrijven wachten niet meer op de openingsbel van Wall Street.
Onbekend terrein
Die verschuiving roept grotere vragen op. Als private markten zowel de primaire financiering als de secundaire liquiditeit kunnen leveren, welke rol blijft er dan over voor de publieke beurs?
Toch blijven beursgangen op termijn waarschijnlijk onvermijdelijk voor de allergrootste ondernemingen, al is het maar om liquiditeit ‘op schaal’ mogelijk te maken. Maar de omvang van zulke noteringen zou alles wat de markt tot nu toe heeft gezien, kunnen overtreffen. Stel dat SpaceX bij de huidige waardering 10% van zijn aandelen naar de beurs brengt, dan praat je over een IPO van $80 mrd. Dat zou de beursgang van Alibaba - $25 mrd in 2014 - ruimschoots overtreffen. De kapitaalmarkten begeven zich daarmee op onbekend terrein.
Waarderingen, AI en de contraire kans
Na de vraag ‘wanneer gaan ze naar de beurs?’ volgt: ‘zitten we in een AI-bubbel?’ Het antwoord hangt af van waar je AI plaatst op de Gartner Hype Cycle. Dat waarderingen hoog zijn, staat buiten kijf. Een deel van de bedrijven zal die prijskaartjes uiteindelijk waarmaken, maar veel ondernemingen zullen dat niet doen. Juist daarom vraagt deze markt meer dan ooit om scherp selectiebeleid: niet alleen op groeiverhalen, maar vooral op duurzaam concurrentievoordeel, bedrijfscultuur, leiderschap en schaalbare verdienmodellen.
Tegelijk schuilt er een valkuil in de fixatie op AI. Nu kapitaal massaal naar de sector stroomt, raken kansen elders ondergesneeuwd. En juist daar, op plekken die minder vanzelfsprekend zijn, verschijnen tegenwoordig juist opvallend sterke groeibedrijven. Mottu in Brazilië bijvoorbeeld, dat motorfietsen verhuurt aan bezorgers en hun daarmee toegang tot werk verschaft of het Italiaanse Bending Spoons, dat apps voor consumenten nieuw leven inblaast. Dit soort bedrijven combineert robuuste fundamentele bedrijfsfactoren met waarderingen die slechts een fractie zijn van wat in de AI-hype wordt betaald.
Waar komt de groei vandaan?
We kennen de bekende namen met een ogenschijnlijk duizelingwekkend potentieel - denk aan Stripe, SpaceX of Anthropic. Hier is niet de ‘ontdekking’ het probleem, maar de ‘toegang’. Dit soort bedrijven oogt bij instap zelden goedkoop; beleggingsovertuiging moet dan steunen op uitzonderlijke groeikracht en duurzaamheid. Stripe voelde in 2019 bij de eerste investering enorm duur, maar de omzet is sindsdien met 500% gestegen.
Daarnaast zijn er de innovatieve bedrijven die veel minder bekend zijn. Ze missen zichtbaarheid, maar compenseren dat met gedisciplineerde kapitaalallocatie en minder veeleisende waarderingen. Bedrijven als Wise, Tempus en Wayve waren nauwelijks bekend toen er voor het eerst in werd belegd, maar zouden op termijn net zo goed ‘grote namen’ kunnen worden. Ook Bending Spoons, Avanci en Tekever verschijnen steeds vaker op de radar van beleggers. Van fintech en mobiliteit tot bedrijfssoftware, de kansen zijn breed; de winnaars zijn degenen die nieuwsgierigheid combineren met overtuiging.
Het grote plaatje
‘Private growth investing’ is allang geen niche meer. Juist daar wordt de volgende generatie bedrijven gebouwd die markten kan ontwrichten en bedrijfssectoren opnieuw vormgeeft. Beleggers én waarnemers zijn andere vragen gaan stellen. Niet alleen: wanneer gaan ze naar de beurs? Maar ook: hoe passen kapitaalmarkten zich aan? En niet alleen: is AI te duur? Maar ook: waar zit innovatie nog meer verstopt?


