Begin 2026 rekenden de financiële markten op een gunstig jaar voor vastrentende waarden. De inflatie daalde, renteverlagingen leken in aantocht en dankzij de al hoge aanvangsrentes was de verwachting dat het inkomen een groot deel van het totaalrendement zou bepalen. De discussie draaide vooral om door AI aangestuurde obligatie-uitgiften en de gevolgen op langere termijn van de Nederlandse pensioenhervormingen.
“Dit scenario heeft zich niet ontvouwd”, zegt Ales Koutny, Head of International Rates bij vermogensbeheerder Vanguard. Geopolitieke spanningen en ontwikkelingen op de energiemarkten zijn opnieuw dominant geworden, juist op het moment dat beleggers zich comfortabeler voelden bij het desinflatieverhaal. Het conflict in het Midden-Oosten heeft olie opnieuw centraal gezet in het marktdenken en benadrukt dat energieschokken vaak op onverwachte momenten terugkeren.
Koutny: “Voor Europa en het Verenigd Koninkrijk, beide netto-energie‑importeurs, betekenen hogere olieprijzen een dubbele slag. De prijzen zetten consumenten onder druk en ze verslechteren tegelijkertijd de handelsbalans. Bovendien verdwijnen verstoringen in olieproductie en logistiek niet snel, zelfs niet bij een diplomatieke doorbraak. Wanneer olieprijzen rond 95 tot 100 dollar per vat schommelen, ligt een aanhoudende inflatiedruk voor de hand. Dat beperkt de ruimte voor centrale banken om het beleid te versoepelen en zet de lange rente opnieuw onder druk.”
Koutny vervolgt: “Dit is allemaal niet echt nieuw. Vastrentende waarden zijn bedoeld om in onzekere omstandigheden te functioneren. Wat is veranderd, is de manier waarop die rol wordt vervuld.”
Inflatierisico’s die samenhangen met energieprijzen, beperktere beleidsvrijheid voor centrale banken en uiteenlopende groeipaden binnen Europa zorgen voor grotere spreiding in mogelijke scenario’s. “We zien dat in zo’n omgeving het aanhouden van duration en afwachten minder effectief is. De markt vraagt meer aandacht voor liquiditeit, de rentecurve en relatieve waardering. Ze heeft minder vertrouwen in één dominant macro-economisch narratief.”
Tegelijkertijd blijven structurele trends van kracht. De Europese context blijft richtinggevend, met name door pensioenhervormingen. Die hertekenen de vraag naar vastrentende waarden, doordat pensioenfondsen portefeuilles herschikken en anders omgaan met duration en inkomenszekerheid.
“Kortom: Europese vastrentende waarden worden dit jaar minder bepaald door het eindpunt van de rente en meer door de manier waarop markten omgaan met inflatierisico’s, energieschokken en uiteenlopende beleidskeuzes onderweg”, aldus Koutny.


