Hoewel Centraal- en Oost-Europese landen er financieel verschillend voorstaan, zullen ze waarschijnlijk allemaal de hoge energieprijzen voelen. Dat stelt Magdalena Polan, Head of Emerging Market Macroeconomic Research bij PGIM Credit.
Ondanks een sterke economische groei lijkt de begrotingspositie van Polen een van de meest uitdagende in de regio. De tekorten zijn opgelopen door hogere uitgaven aan sociale voorzieningen en defensie, in combinatie met maatregelen om de impact van de hoge energieprijzen op de inflatie en groei te verzachten.
"De zorgen over de Poolse begrotingskoers zijn al langer zichtbaar. De omvangrijke uitgifte van staatsobligaties heeft de lokale marktrentes opgedreven," aldus Polan. "Toch houdt de markt stand dankzij een sterke binnenlandse vraag naar die obligaties en gunstige economische vooruitzichten.”
In Tsjechië zijn de obligatierentes beter blijven liggen. Ook hier kan een grote groep binnenlandse beleggers waarschijnlijk de extra uitgifte van staatsobligaties opvangen. "De nieuwe regering erfde een relatief laag begrotingstekort van circa 2% van het bbp. Zelfs bij hogere uitgaven zou het land nog steeds een van de laagste begrotingstekorten in de EU hebben.”
De verbeterde begrotingspositie van Roemenië is door de obligatiemarkt al grotendeels in de koersen verwerkt, waardoor er nu nauwelijks ruimte is voor beleidsfouten. “Een aanzienlijke stijging van de overheidsuitgaven of de staatsschuld kan de investment-grade status van Roemenië in gevaar brengen. Beleggers blijven daarom voorzichtig met het vergroten van hun blootstelling naar Roemeense activa."
Wat energiesubsidies betreft, ziet Polan dat beleggers zich vooral richten op de middellange termijn. Het gaat er dus om of de maatregelen tijdelijk en omkeerbaar zijn, en of regeringen een geloofwaardig plan kunnen presenteren om de begrotingstekorten weer op een houdbaar niveau te krijgen."
Een andere cruciale vraag is volgens haar of de huidige periode wordt benut om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen, met name wat betreft de import uit het Midden-Oosten.


