België krijgt een nieuwe meerwaardebelasting, een maatregel die voor veel beleggers aanvoelt als een historische breuk. Jarenlang was België een uitzondering binnen Europa: particulieren konden meerwaarden op aandelen en ETF’s realiseren zonder klassieke vermogenswinstbelasting. Maar die uitzonderingspositie verdwijnt nu stilaan.
In een gesprek met Tim Vanvaerenbergh, CEO van Shelter IM en bezieler van de podcast Achter het Kapitaal, gaf fiscaal advocaat Mathieu Hendrickx tekst en uitleg bij de hervorming, de praktische gevolgen én de mogelijke valkuilen voor beleggers.
België verliest een fiscale troef
Volgens Hendrickx is de nieuwe belasting geen toeval. België kijkt traditioneel naar andere Europese landen wanneer het nieuwe fiscale maatregelen invoert. Wanneer iets in het buitenland belast wordt en in België nog niet, ontstaat vaak de reflex om dat verschil weg te werken.
Daardoor verdwijnt volgens hem net een van de laatste fiscale troeven van België. Ons land stond internationaal al bekend als een relatief zwaar belast land, maar onderscheidde zich jarenlang doordat particuliere meerwaarden op beleggingen grotendeels onbelast bleven. “Dat is een belangrijke troef die wij nu verlaten”, zegt Hendrickx.
De verwachting is bovendien dat de belasting er effectief komt. Hoewel de wetgeving nog technisch wordt verfijnd, acht hij de kans klein dat het dossier nog zou verdwijnen. “Ik zou ervan uitgaan: die belasting komt er.”
Wie wordt belast?
De nieuwe belasting viseert vooral particuliere beleggers. Natuurlijke personen vallen onder het regime, net als bepaalde vzw’s en stichtingen. Vennootschappen blijven daarentegen buiten schot.
Voor ondernemers die via hun managementvennootschap beleggen, verandert er dus relatief weinig. Voor particuliere beleggers ligt dat anders: zij zullen rechtstreeks met de nieuwe regels geconfronteerd worden.
Bijna alles wordt belast
De wetgever heeft de definitie van financiële activa bijzonder ruim opgesteld. Volgens Hendrickx mag een belegger er bijna van uitgaan dat elk klassiek beleggingsproduct onder het nieuwe systeem valt.
Aandelen, obligaties, ETF’s, fondsen, cryptoactiva, structured notes, goud en zelfs wisselkoerswinsten worden mee opgenomen in het toepassingsgebied. Enkel bepaalde activa, zoals kunstwerken, juwelen en fysiek zilver, blijven voorlopig buiten schot.
Zelfs daar maakt de wetgever opvallende nuances. Een gouden ketting wordt bijvoorbeeld beschouwd als een juweel en valt dus niet onder de belasting, terwijl beleggersgoud dat wel doet.
De echte verandering zit in de administratie
Volgens Hendrickx onderschatten veel beleggers vooral de administratieve impact van de hervorming. Belgen zijn gewend geraakt aan een systeem waarbij banken belastingen grotendeels automatisch regelen. Dat verandert nu fundamenteel.
Plots zullen beleggers historische aankoopprijzen moeten bewaren, transacties documenteren en een eigen fiscale opvolging van hun portefeuille voeren. “Wat wij in België niet doen: wij tracken onze beleggingen niet. Dat gaat nu moeten gebeuren”, klinkt het.
Vooral bij buitenlandse brokers en cryptoplatformen ziet hij problemen ontstaan. Daar bestaat het risico dat historische gegevens verloren gaan of moeilijk terug te vinden zijn. Daarom raadt hij beleggers nu al aan om zelf een gedetailleerde administratie bij te houden.
Opt-in of opt-out?
Een belangrijk nieuw element is de keuze tussen “opt-in” en “opt-out”. Die moet dringend gemaakt worden.
Wie kiest voor een opt-in, laat de bank automatisch belasting inhouden bij de realisatie van een meerwaarde. Dat systeem biedt eenvoud, maar volgens Hendrickx heeft het ook een belangrijk nadeel: “De opt-in zorgt ervoor dat je een lening geeft aan de staat.”
Bij een opt-out doet de bank niets en moet de belegger alles zelf aangeven via de belastingaangifte. Dat vraagt meer administratie, maar laat wel toe om efficiënter om te gaan met vrijstellingen en aftrekbare verliezen.
Opvallend: wanneer Tim Vanvaerenbergh hem vraagt welke keuze hij zelf zou maken, antwoordt Hendrickx zonder aarzelen: “Opt-out.”
De vrijstelling van €10.000
De wet voorziet een jaarlijkse vrijstelling voor de eerste €10.000 gerealiseerde meerwaarde per persoon. Voor gehuwde koppels kan dat oplopen tot €20.000.
Maar ook die regeling zal volgens Hendrickx nieuwe gedragingen uitlokken. Hij verwacht dat sommige beleggers posities bewust zullen verkopen en meteen terugkopen om optimaal gebruik te maken van de vrijstelling.
Dat soort fiscale reflexen zijn volgens hem typische “unintended consequences” van complexe belastingwetgeving.
Nieuwe winnaars in het beleggingslandschap
De hervorming kan ook bepaalde beleggingsstructuren aantrekkelijker maken.
Vooral tak 23-verzekeringsproducten en fondsen zouden volgens Hendrickx aan populariteit kunnen winnen, omdat transacties binnen die structuren administratief eenvoudiger blijven. Binnen bepaalde verzekeringsproducten kan een belegger immers van fonds wisselen zonder dat er onmiddellijk meerwaardebelasting verschuldigd is.
Ook discretionair vermogensbeheer zal wellicht veranderen. Actieve aandelenportefeuilles met veel transacties brengen voortaan immers een veel grotere fiscale opvolging met zich mee.
Blijft het bij 10%?
Een van de grootste bezorgdheden bij beleggers is natuurlijk of het huidige tarief van 10% wel stabiel zal blijven.
Hendrickx verwijst daarbij naar eerdere Belgische belastingen die doorheen de jaren gradueel werden verhoogd, zoals de beurstaks en de effectentaks. Volgens hem leeft bij veel beleggers het gevoel dat dit slechts een beginpunt is.
Tegelijk ziet hij ook bredere Europese bewegingen ontstaan. Europa beseft steeds meer dat het aantrekkelijker moet worden voor kapitaal en investeringen. Fiscaliteit speelt daarin volgens hem een belangrijke rol.
Meer dan zomaar een nieuwe belasting
De nieuwe meerwaardebelasting is uiteindelijk veel meer dan een extra fiscale maatregel. Ze betekent het einde van een tijdperk waarin Belgische beleggers relatief eenvoudig konden investeren zonder zich zorgen te maken over uitgebreide fiscale opvolging.
Wat verandert, is niet alleen het belastingtarief. Het verandert vooral de relatie van beleggers met hun portefeuille. Waar vroeger eenvoud centraal stond, komen nu administratie, fiscale planning en structurele optimalisatie op de voorgrond.
Volgens Mathieu Hendrickx dreigt België daarmee opnieuw een stukje van zijn aantrekkelijkheid als investeringsland te verliezen. Zeker in een periode waarin Europa net meer kapitaal en ondernemerschap probeert aan te trekken, is dat volgens hem een gevaarlijke evolutie.
De grote vraag is dan ook niet of beleggers zich zullen aanpassen — dat zullen ze doen — maar welke gevolgen die aanpassing op lange termijn zal hebben. Minder actieve beleggingen, meer complexe structuren en mogelijk zelfs meer kapitaal dat naar het buitenland uitwijkt: het zijn scenario’s die vandaag steeds vaker op tafel liggen.
En misschien vat net één uitspraak van Hendrickx de kern van het debat samen: “Zelfs als fiscalist zijn wij geen vragende partij voor een complexe, niet-samenhangende regelgeving.”


