Kevin Thozet, lid van het beleggingscomité bij Carmignac
De Federal Reserve (Fed) zal naar verwachting de beleidsrente ongewijzigd laten binnen het streefbereik van 3,50–3,75 procent. De grootste onzekerheid ligt bij de eerste vergadering en persconferentie van Kevin Warsh als voorzitter van het Federal Open Market Committee (FOMC).
Op het eerste gezicht rechtvaardigt de Amerikaanse economie geen versoepelingscyclus. Recente indicatoren wijzen op een bbp-groei van circa 3,3 procent in het lopende kwartaal, wat duidt op een mogelijke herneming van de activiteit. De inflatie bedraagt 4,2 procent op jaarbasis, terwijl de kerninflatie uitkomt op 2,9 procent. Het is bovendien meer dan vijf jaar geleden dat de inflatie nog het doel van 2 procent bereikte of daaronder zakte. De arbeidsmarkt blijft robuust, met een gemiddelde banengroei van bijna 190.000 per maand over de voorbije drie maanden. De ISM-index voor de dienstensector staat rond 55,4, een niveau dat doorgaans samengaat met stevige economische groei.
Toch rust de Amerikaanse groei op een smalle basis. Technologie-investeringen en stijgende aandelenmarkten spelen een dominante rol. Beide zijn nauw met elkaar verweven en blijven gevoelig voor hogere obligatierentes, via stijgende kapitaalkosten of druk op verhoogde waarderingen voor de aandelenmarkten.
Tegen deze achtergrond komt het vooruitzicht dat de Straat van Hormuz opnieuw opengaat op een gunstig moment, al is dat sinds het begin van het conflict meer dan 15 keer in evenveel weken aangekondigd zonder gevolg. Sinds de laatste FOMC-vergadering in april is de olieprijs met 44 dollar per vat gedaald, of 35 procent. Dat verlicht de inflatiedruk, die de voorbije maanden toenam door energiegerelateerde risico’s. Tegelijk blijven tweederonde-effecten een aandachtspunt door de sterke binnenlandse vraag. Enquêtes bij bedrijven en huishoudens wijzen op oplopende inflatieverwachtingen.
Tegen die achtergrond ligt een status quo voor de hand. De markten hebben dat scenario grotendeels ingeprijsd. Sinds het begin van het conflict in Iran zijn de verwachtingen voor renteverlagingen sterk teruggeschroefd. Beleggers zijn nu gelijk verdeeld tussen verdere verkrapping en stabilisatie van het beleid, wat erop neerkomt dat een stabiele beleidsrente tot het einde van het jaar wordt ingeprijsd. Bij een nominale bbp-groei van ongeveer 6 procent kan dat als accommoderend worden beschouwd. De nieuwe Fed-voorzitter staat kritisch tegenover forward guidance en de zogenoemde dot plot. Toch wordt verwacht dat die projecties minder ruim worden, waarbij de mediaan momenteel uitgaat van één renteverlaging in 2026 en nog twee tegen eind 2027.
De persconferentie kan daardoor belangrijker worden dan de rentebeslissing zelf. Beleggers zullen niet alleen letten op Warsh’ visie op kunstmatige intelligentie, productiviteit en de arbeidsmarkt, maar ook naar aanwijzingen of hij zijn historisch havikachtige profiel aanhoudt.
Ondertussen blijft het niveau van de Amerikaanse langetermijnrente raadselachtig te noemen. Ondanks de combinatie van solide groei, aanhoudende inflatie, grote begrotingstekorten en onzekerheid over de koers van de nieuwe voorzitter, blijven de yields op Amerikaanse staatsobligaties op tien jaar relatief beperkt.


