Door Frédéric Lejoint.
Het terugkeren van hogere inflatie en hoge waarderingen in de Amerikaanse technologiesector dwingen beleggers ertoe alternatieven te zoeken op de obligatie- en aandelenmarkten.
Ter gelegenheid van zijn conferentie voor Europese media, die onlangs in Frankfurt plaatsvond, had Allianz Global Investors drie van zijn meest vooraanstaande specialisten uitgenodigd om de huidige kansen voor beleggers toe te lichten: Jenny Zeng (CIO Obligatiemarkten), Michael Heldmann (CIO Aandelenmarkten) en Gregor Hirt (CIO Flexibel Beheer).
Strijden tegen de inflatie
Jenny Zeng onderstreept dat beleggen op de obligatiemarkten ingewikkelder is geworden, omdat de inflatieomgeving de traditionele relatie tussen aandelen en obligaties op de helling zet, waardoor obligaties hun rol als afdekking tegen beursschokken in portefeuilles niet langer kunnen vervullen. Zij meent dat het een vergissing is te denken dat traditionele staatsobligaties risicovrije activa zijn, en dat men voortaan in deze activaklasse moet beleggen met «dezelfde voorzichtigheid als bij een belegging op de kredietmarkt».
Omgekeerd beschouwt zij bedrijfsschuld als een «stabiliserend» segment van de markt, dankzij solide fundamentals en wanbetalingspercentages die historisch gezien extreem laag blijven. «Op dit moment is krediet de beste manier om de aandelenvolatiliteit te beperken en een stabiel en aantrekkelijk inkomen voor uw portefeuille te behalen».
In het kader van een actief beheer van een obligatieluik meent zij dat het «cruciaal is om de juiste instrumenten te identificeren voor afdekking tegen elk type risico, want er bestaat geen enkel instrument dat alles kan doen». Jenny Zeng heeft een voorkeur voor minder traditionele activa, zoals Chinese staatsobligaties, schuld van opkomende markten in lokale valuta, of inflatiegerelateerde obligaties «die hun nut om de inflatie in portefeuilles te bestrijden hebben hergevonden».
Diversifiëren buiten de VS
Michael Heldmann blikte op zijn beurt terug op een begin van het jaar dat werd gekenmerkt door een sterke veerkracht van de aandelenmarkten ten opzichte van de gebeurtenissen in de Perzische Golf, ondersteund door solide kwartaalresultaten in de VS. «De uitrol van AI zet zich voort, waarbij de Amerikaanse markt in tweeën is gesplitst: enerzijds de vooruitzichten van de technologiesector en anderzijds de rest van de markt, die veel gevoeliger is voor de stijgende inflatie en rentevoeten».
Voor de rest van het jaar zullen de uitdagingen erin bestaan de verspreiding van AI te monitoren en de toekomstige winnaars van de verliezers te onderscheiden, «en vooral te bepalen wanneer deze revolutie de industriële productiviteit en de winstgroei zal beginnen te beïnvloeden». Omgekeerd zal ook aandacht moeten worden besteed aan de manier waarop bedrijven erin slagen de kolossale investeringen in dit domein te renderen. Hij is van mening dat de spreiding van waarderingen op de Amerikaanse markt kansen biedt voor actieve beheerders.
Om te diversifiëren buiten de Amerikaanse technologiesector raadt hij aan zich te richten op Aziatische technologie en de Chinese markt, «waar de positieve tendens tot het einde van het jaar zou moeten aanhouden». Hij beveelt ook de «waarde»-stijl aan om de technologieblootstelling aan te vullen, met name sectoren die minder gevoelig zijn voor stijgende rentevoeten of die profiteren van inflatie, zoals energie of nutsbedrijven.
Op middellange termijn schat hij in dat Europa een herstelspotentieel behoudt dankzij de aanzienlijke infrastructuurinvesteringen. «De kwestie van de Europese soevereiniteit en de defensie-uitgaven heeft vertraging opgelopen, maar dit is naar mijn mening een kans, want dit thema zal ons nog lange tijd vergezellen».
Potentieel voor aandelen
Ten slotte, op het gebied van gemengde en flexibele strategieën, schat Gregor Hirt in dat «de huidige omgeving eerder gunstig blijft voor beleggers», met een economie die goed blijft presteren en solide resultaten. «Het AI-thema zou de markten structureel moeten blijven ondersteunen. Ik deel ook de mening van de voorzitter van de Federal Reserve dat kunstmatige intelligentie op middellange termijn productiviteitswinsten zal opleveren».
Op korte termijn (12 tot 18 maanden) schat hij echter in dat de Federal Reserve in een ongemakkelijke situatie zal blijven, met een inflatie die hoger blijft dan haar doelstelling. «Bovendien zijn communicatieproblemen frequent, en een verandering van het voorzitterschap van de Fed heeft historisch gezien eerder de neiging om negatief te zijn voor aandelen. Op langere termijn zal alles afhangen van de capaciteit van Kevin Warsh om de geloofwaardigheid van deze instelling te herstellen, die de afgelopen kwartalen op de proef is gesteld». Hij meent ook dat een al te agressieve poging om de balans van de Fed te verkleinen een bedreiging zou kunnen vormen voor de markten, «die sterk afhankelijk zijn van liquiditeitsinjuncties».
Op het niveau van de allocatie herinnert Gregor Hirt eraan dat het belangrijkste voordeel van een gediversifieerde portefeuille erin bestaat een breed gamma aan kansen te hebben over de verschillende activaklassen heen. «We zijn vandaag relatief voorzichtig op obligaties in een context van stijgende inflatieverwachtingen, terwijl we nog een aanzienlijk potentieel zien voor aandelen». De portefeuille is daarmee gedraaid naar de opkomende markten, «en met name Zuid-Korea en Taiwan, die reële kansen bieden gerelateerd aan AI». Hij meent ook dat een actieve allocatie momenteel in staat stelt te profiteren van de huidige marktdispersie om aantrekkelijke kansen te vinden.


