Christopher Dembik, Senior Investment Strategy Adviser Pictet Asset Management
Enkele dagen geleden schreef de Amerikaanse econoom Paul Krugman dat het wantrouwen van buitenlandse beleggers tegenover Frankrijk onder meer te verklaren valt door ons onvermogen om de pensioenen te hervormen. Helemaal ongelijk heeft hij zeker niet. Ons stelsel kraakt in zijn voegen: met 44% van het bbp behoren onze verplichte heffingen tot de hoogste ter wereld en tegelijkertijd zijn we erin geslaagd om het begrotingstekort te laten oplopen tot 5% van het bbp. Elke minuut moeten we 800.000 euro vinden om de pensioenen te financieren, en dat bij een bijzonder lage economische groei van 0,5%. Dat is simpelweg onmogelijk.
Wat gebeurt er als we niets doen? Het systeem zal niet van de ene dag op de andere instorten, maar vanaf 2030-2035 zouden de pensioenen fors lager kunnen zijn. Wie vandaag nog als welgesteld beschouwd wordt, dreigt dan aanzienlijk aan koopkracht en welvaart te moeten inboeten.
Hoe geraken we hieruit? Het aantal mogelijke pistes is beperkt. Langer werken is onvermijdelijk. Immigratie en de productiviteitswinsten van AI kunnen helpen om het systeem weer in evenwicht te brengen, maar die effecten zullen nog geruime tijd op zich laten wachten. En dan is er nog de invoering van een kapitalisatiestelsel. In het publieke debat is dat nog altijd een vies woord. Toch schuilt daar enige hypocrisie in. Senatoren plukken er immers de vruchten al van, en ook lokale verkozenen en burgemeesters kunnen er sinds 1992 vrijwillig voor kiezen. Wat goed is voor mij, moet toch ook goed zijn voor anderen.
Helaas staat een culturele weerstand – anders valt het moeilijk te verklaren – een open en sereen debat in de weg over de noodzakelijke verhoging van de pensioenleeftijd en de eventuele gedeeltelijke invoering van een kapitalisatiestelsel. Ook als we op die punten geen vooruitgang boeken, zal Frankrijk niet failliet gaan, en zelfs een echte crisis op de obligatiemarkt lijkt twijfelachtig, omdat de ECB een oogje in het zeil houdt.
Maar onze financieringskosten zouden wel langdurig hoger kunnen blijven dan die van onze buurlanden, die wél begrotingsinspanningen hebben geleverd. Dat zou ons land nog dieper in de problemen duwen. De volgende regering, van welke politieke kleur ook, zou mogelijk nog maar weinig bewegingsruimte hebben: schulden herfinancieren en rente betalen zouden dan voorrang krijgen op andere uitgaven, zoals defensie, de energietransitie en onderwijs. Een prettig vooruitzicht.
Frankrijk als waarschuwing
De problemen in Frankrijk zouden voor België een waarschuwing moeten zijn. Enkele dagen geleden schreef de Amerikaanse econoom Paul Krugman dat het wantrouwen van buitenlandse beleggers tegenover Frankrijk onder meer te verklaren valt door het Franse onvermogen om de pensioenen te hervormen. Helemaal ongelijk heeft hij zeker niet. Het Franse stelsel kraakt in zijn voegen: met 44% van het bbp behoren de verplichte heffingen er tot de hoogste ter wereld, het begrotingstekort is opgelopen tot 5%, elke minuut moet er 800.000 euro worden gevonden om de pensioenen te financieren en de economische groei blijft steken op amper 0,5%. Een onhoudbare situatie.
De financiële toestand van België is niet zo heel verschillend van die in Frankrijk: beide landen kampen, weliswaar niet in dezelfde mate, met dezelfde grote uitdagingen: de vergrijzing, hoge overheidsuitgaven, een zware schuldenlast en onvoldoende economische groei. De les die we uit de Franse situatie kunnen leren, is eenvoudig: hoe langer we de financiële problemen laten aanslepen, hoe moeilijker en duurder de ingrepen zullen worden.
Wat gebeurt er als we niets doen? Het systeem stort niet van de ene dag op de andere in. De achteruitgang verloopt veeleer sluimerend. De budgettaire bewegingsruimte slinkt geleidelijk en uiteindelijk dreigen mensen die dachten dat hun pensioen veiliggesteld was, aanzienlijk te verarmen.
Hoe kunnen we dat voorkomen? Het aantal mogelijke pistes is beperkt. Langer werken is onvermijdelijk. Immigratie en de productiviteitswinsten van AI kunnen helpen om het systeem weer in evenwicht te brengen, maar die effecten zullen nog geruime tijd op zich laten wachten. En dan is er nog de invoering van een kapitalisatiestelsel. Zowel in België als in Frankrijk verdient het onderwerp op zijn minst een debat zonder taboes. Het gaat er niet per se om het repartitiestelsel te vervangen, maar om na te denken over een betere diversificatie in de financiering van de pensioenen.
Dit is waarschijnlijk de belangrijkste les die we uit de situatie in Frankrijk kunnen leren: wachten met hervormen tot de obligatiemarkten een ontsporende begroting afstraffen, is geen goede strategie. Frankrijk zal niet failliet gaan en zelfs een echte crisis op de obligatiemarkt lijkt twijfelachtig, omdat de ECB een oogje in het zeil houdt. Maar de financieringskosten kunnen wel langdurig hoger blijven dan in andere Europese landen die grotere begrotingsinspanningen hebben geleverd.
België kan die neerwaartse spiraal nog vermijden. Want als de kosten van de overheidsschuld langdurig stijgen, beperken de rentelasten uiteindelijk de bewegingsruimte van elke regering, ongeacht haar politieke kleur. Elke extra euro die naar het betalen van rente gaat, kan niet worden besteed aan defensie, de energietransitie, onderwijs of belastingverlagingen. Frankrijk ondervindt dat vandaag aan den lijve. Het is aan België om daar lessen uit te trekken.
Om in de gaten te houden
De stijging van de lange rente en uiteraard de situatie in Frankrijk bleven deze week de gemoederen beroeren. Voorlopig kunnen we niet stellen dat het toegenomen politieke risico in Frankrijk tot een echte besmetting van de rest van Europa leidt. Alleen de euro lijkt er hinder van te ondervinden, maar wij gaan ervan uit dat de daling beperkt zal blijven. We hebben ons koersdoel voor de EUR/USD-koers tegen het einde van het jaar dan ook slechts bijgesteld van 1,12 naar 1,10. We verwachten dus zeker geen herhaling van de situatie uit 2012.
Wist u het al?
De Amerikaanse strategische oliereserves staan op hun laagste peil sinds 1982: een teken aan de wand voor de energiesector, want dat betekent dat de Verenigde Staten minder capaciteit hebben om een olieschok snel op te vangen. Helaas is de situatie in de andere G7-landen vergelijkbaar. Als er nieuwe bevoorradingsproblemen opduiken, zou de olieprijs snel met 10 tot 15% kunnen stijgen, met rechtstreekse gevolgen voor de energie- en transportkosten.


