Veel beursgenoteerde bedrijven hebben inmiddels klimaatdoelen, maar een groot onderzoek van Schroders wijst uit dat de uitvoering ver achterblijft. Schroders' nieuwe klimaattransitiemodel, waarin de intenties naast de feitelijke daden worden gelegd, laat zien dat de markt ‘net zero’ tientallen jaren later zal bereiken dan het richtjaar 2050.
De belofte klinkt vertrouwd: 'net zero' in 2050. Ongeveer een derde van de beursgenoteerde bedrijven op de wereldwijde aandelenmarkt heeft zo’n doelstelling gepubliceerd. Toch gaapt er een grote kloof tussen wat bedrijven beloven en wat zij daadwerkelijk laten zien. Uit het nieuwe Climate Transition Model van Schroders blijkt dat de bedrijven met een beursnotering, op basis van het huidige tempo, eerder rond 2090 netto nul bereiken dan in 2050.
Daarmee schuift Schroders een ongemakkelijke vraag naar voren. Beleggers hebben de afgelopen jaren vooral gekeken naar transitieplannen, klimaatdoelen en langetermijnambities. Maar de geschiedenis leert dat zulke doelen op zichzelf een slechte voorspeller zijn van daadwerkelijke emissiereductie. Niet de vraag óf een bedrijf een netto-nuldoel heeft, is bepalend, maar hoe snel en geloofwaardig het zijn uitstoot werkelijk weet te verlagen.
Wereldwijde markt ligt achter
Op wereldwijde aandelenmarkten is de uitkomst scherp: de huidige projecties wijzen erop dat scope 1- en scope 2-emissies pas rond 2090 netto nul bereiken. Dat gemiddelde verhult grote verschillen. Sommige bedrijven bewegen snel en liggen op koers om vóór 2050 netto nul te bereiken. Veel andere ondernemingen blijven duidelijk achter.
Volgens Schroders is de uitkomst geen vaststaand eindpunt. Beleidsmakers kunnen regelgeving en prikkels aanscherpen. Bedrijven kunnen hun transitiestrategieën versnellen. Beleggers kunnen via kapitaalallocatie en actief eigenaarschap druk zetten op achterblijvers.
Klimaatrisico vraagt om andere analyse
Sinds rapportage volgens de TCFD-richtlijnen en netto-nuldoelstellingen begin jaren twintig gemeengoed werden, kregen beleggers meer inzicht in de uitstoot van bedrijven en hun decarbonisatieplannen. De datakwaliteit is verbeterd, de rapportages zijn gedetailleerder geworden en het begrip van transitierisico’s is gegroeid.
Volgens Schroders is dat echter niet genoeg. De analyse van transitierisico moet zich verder ontwikkelen. De markt moet minder leunen op headline targets en meer kijken naar een bredere set aan indicatoren die iets zeggen over toekomstige emissies. De kernvraag verschuift daarmee van ‘heeft dit bedrijf een doel?’ naar ‘hoe snel verwachten we dat dit bedrijf decarboniseert, met of zonder doelstelling?’
Alleen uitstootdata en klimaatdoelen geven namelijk geen volledig beeld. Bedrijven in verschillende sectoren, landen en regelgevingsomgevingen kunnen op papier vergelijkbare ambities tonen, terwijl de haalbaarheid en kosten sterk uiteenlopen. Een doel zegt weinig over hoe een bedrijf zijn activiteiten, kapitaalallocatie of productmix aanpast aan een veranderende economie.
Ook historische uitstoot is beperkt bruikbaar. Die laat zien waar een onderneming vandaan komt, maar niet of zij klaar is voor strengere regelgeving, technologische ontwrichting of veranderende vraag van klanten.
Schroders introduceert Climate Transition Model
Daarom introduceert Schroders zijn Climate Transition Model, kortweg CTM. Het model beoordeelt toekomstige emissiepaden van bedrijven aan de hand van drie gelijk gewogen pijlers: ambitie, voortgang en geloofwaardigheid. Ambitie gaat over de decarbonisatiedoelen van een bedrijf. Voortgang meet de gerealiseerde verandering in emissie-intensiteit. De derde pijler, geloofwaardigheid, is cruciaal: die beoordeelt of managementacties en de operationele omgeving voldoende vertrouwen geven dat emissiereductie in de praktijk haalbaar is.
Schroders gebruikt daarvoor meer dan 25 indicatoren die volgens de vermogensbeheerder sterk samenhangen met succesvolle decarbonisatie. Op basis van de drie pijlers berekent het model een jaarlijkse emissiereductie en projecteert het wanneer een bedrijf netto nul kan bereiken.
Een bedrijf kan dus ambitieuze doelen hebben, maar toch ver naast een netto-nulpad zitten. Schroders noemt het voorbeeld van een grote technologieonderneming met ambitieuze korte- en langetermijndoelen. De historische emissies zijn sinds 2021 echter sterk gestegen, terwijl managementacties en de vooruitzichten voor het elektriciteitsnet onvoldoende vertrouwen geven dat de doelen worden gehaald. Het verwachte decarbonisatiepad blijft daardoor ruim boven een netto-nulroute.
Schroders’ CTM kan worden toegepast op bedrijven, sectoren, regio’s, portefeuilles en benchmarks. Het model is bedoeld als een lens op de transitie: niet om alleen het probleem te benoemen, maar om beter te bepalen waar geloofwaardige vooruitgang plaatsvindt.
Van belofte naar bewijs
Ondanks politieke ruis en kortetermijntegenwind blijft volgens Schroders de wetenschappelijke consensus overeind: onbeperkte opwarming brengt risico’s mee voor samenlevingen, ecosystemen, economische stabiliteit en langetermijnrendementen. Hoewel politieke actie de afgelopen jaren trager verloopt, neemt de druk op bedrijven in veel regio’s nog altijd toe.
Voor beleggers betekent dit dat klimaatdoelen niet langer voldoende zijn. De volgende fase draait om bewijs: welke bedrijven passen hun bedrijfsmodel aan, waar daalt de emissie-intensiteit echt, en wie is voorbereid op strengere regels, hogere kosten en veranderende vraag?
De conclusie is helder. De wereldwijde beursgenoteerde bedrijven liggen ver achter op de ambities van Parijs. Maar de kloof is nog te verkleinen. Voor beleggers ligt daar zowel een risico als een kans: kapitaal sturen naar bedrijven die niet alleen beloven te veranderen, maar laten zien dat zij de transitie aankunnen.


