Terwijl hyperscalers biljoenen dollars investeren in de bouw van datacenters, liggen de aantrekkelijkste kredietkansen voor obligatiebeleggers juist bij de bedrijven die de benodigde infrastructuur leveren. Volgens Gregory Turnbull Schwartz, Senior Analyst Fixed Income bij Columbia Threadneedle Investments, pakt de uitbreiding van datacentercapaciteit voor de kredietwaardigheid van deze gediversifieerde industriële bedrijven waarschijnlijk gunstiger uit dan voor de ondernemingen die zelf de grootste investeringen doen.
"Een groot deel van die investeringen komt voor rekening van hyperscalers als Apple, Google, Oracle en Amazon. Uiteindelijk profiteren ook tal van toeleveranciers die de fysieke infrastructuur voor datacenters leveren, zoals fabrikanten van verwarmings-, ventilatie- en airconditioningsystemen (HVAC), elektrische componenten, apparatuur voor energieopwekking en andere cruciale industriële onderdelen", aldus Schwartz.
Voor obligatiebeleggers is vooral van belang wat dit betekent voor de kredietwaardigheid van deze fabrikanten. De datacenterhausse kan zorgen voor een gunstigere omzetmix en beter voorspelbare kasstromen, maar ook leiden tot meer conjunctuurgevoeligheid en een grotere afhankelijkheid van enkele grote klanten.
Schwartz: "Veel van deze fabrikanten zijn actief op de wereldwijde obligatiemarkt. Dat maakt deze ontwikkeling direct relevant voor de beoordeling van hun kredietwaardigheid en voor de selectie van individuele obligaties."
Wat als de datacenterhausse tegenvalt?
Als de vraag tegenvalt of bijvoorbeeld een onverwachte technologische doorbraak de markt ingrijpend verandert, kunnen hyperscalers blijven zitten met stranded assets, afwaarderingen en reputatieschade. Maar geldt dat ook voor de fabrikanten die de benodigde infrastructuur leveren?
Een vergelijking van de investeringen en de vrije kasstroom helpt om die vraag te beantwoorden, legt Schwartz uit. Hij illustreert dat aan de hand van de machinebouwer Caterpillar, die steeds vaker wordt genoemd als leverancier voor de energievoorziening van datacenters.
"Die investeringen zullen in 2026 naar verwachting uitkomen op zo'n 3,5 miljard dollar, ruim 1,2 miljard dollar meer dan vorig jaar. Een groot deel van die stijging houdt waarschijnlijk verband met datacenters. Daar stond in 2025 een vrije kasstroom van 9,7 miljard dollar tegenover."
Amazon laat juist het tegenovergestelde beeld zien. De investeringen bedroegen tot en met maart 2026 zo'n 151 miljard dollar, ongeveer 50 miljard dollar meer dan in 2025. Tegelijkertijd draaide de vrije kasstroom van een positief saldo van 7,7 miljard dollar in 2025 naar een negatieve 2,5 miljard dollar over dezelfde periode. Dat verschil is veelzeggend, aldus Schwartz.
"Voor hyperscalers zijn investeringen in datacenters een grote strategische en financiële verplichting: zij steken er kapitaal in. Voor gediversifieerde fabrikanten vormen datacenters slechts een beperkt deel van hun activiteiten en juist een extra inkomstenbron. Zolang zij niet te afhankelijk worden van deze markt, ondersteunt dat hun kredietkwaliteit."
De makers van industriële componenten kennen doorgaans minder voorspelbare omzet- en kasstromen dan bijvoorbeeld defensiebedrijven met langlopende overheidscontracten. Datacenters vormen daarop een uitzondering. De ontwikkeling van datacenters kent lange plannings- en bouwtrajecten, vraagt om essentiële componenten, en zorgt daardoor voor een langdurig voorspelbare vraag. Dat zou de kwaliteit van hun bedrijfsmodel op langere termijn kunnen versterken.
"De vraag vanuit datacenters kan zorgen voor beter voorspelbare inkomsten en een nuttige diversificatie van de activiteiten, mits deze niet volledig samenvalt met hun bestaande cyclische blootstellingen. Dat zou de kredietfundamentals moeten ondersteunen", aldus Schwartz.
Concentratierisico blijft aandachtspunt
Volgens Schwartz is de belangrijkste kanttekening het concentratierisico: "Ook al dragen de verschillende datacenterprojecten uiteenlopende namen, uiteindelijk kan de vraag nog altijd afkomstig zijn van dezelfde kleine groep hyperscalers. Voor een fabrikant is het waarschijnlijk geen probleem als 10% tot 30% van de omzet uit datacenters komt. Loopt dat aandeel echter op tot meer dan 30%, dan is extra waakzaamheid geboden. Beleggers moeten er daarom op letten dat een ogenschijnlijk gediversifieerde industriële obligatie geen verkapte belegging in de datacentermarkt blijkt te zijn."
"We blijven de kapitaaluitgaven van deze niet-technologiebedrijven met blootstelling aan datacenters daarom nauwlettend volgen. Als oplopende investeringen de kredietratio's onder druk zetten, bijvoorbeeld doordat de verhouding tussen de vrije kasstroom en de nettoschuld verslechtert, moeten we onze visie op deze bedrijven herzien. Vooralsnog zien we de grootste druk op de vrije kasstroom echter bij de bedrijven die de bouw van datacenters financieren, en niet bij de gediversifieerde fabrikanten die daarvan profiteren", besluit Schwartz.


